Gevaarlijk woord

Gevaarlijk woord

20200422_152746

Katie is bijna twee en is flink bezig met haar spraakontwikkeling. Een paar maanden geleden kwam ze met het woordje ‘ook’. Als ik iets heb, meestal iets eetbaars, wil zij het ook en zegt ze simpelweg ‘ook’. Mooi gekozen. Die kleine beseft dat er een verschil is tussen de andere persoon en zichzelf en wil het niet afpakken, maar wil het ook. Een soort samen delen, samen eten… Tenminste, dat maak ik ervan. Alsof een kind van die leeftijd al zo denkt.
Waarschijnlijk bedoelt ze gewoon dat ze iets wil en het niet uitmaakt of ze die van jou krijgt of een andere. Als ze het maar krijgt. Dit laatste lijkt me logischer.

20200422_152746

Taalkundig is dit een essentieel verschil. ‘Ook’ betekent dat het zowel voor de ander geldt als voor jou. Veel volwassenen hebben dat niet door. Dit kleine woord kan de betekenis van je zin volledig veranderen.
Wat is het verschil tussen deze voorbeelden?

Dan word ik boos. – Dan word ik ook boos.

Ik kan dat niet. – Ik kan dat ook niet.

Ik vind dat stom. – Ik vind dat ook stom.

De eerste zin zeg iets over jou. De tweede over jou en de ander. Het zegt iets wat misschien niet waar is.

Ook is dus een gevaarlijk woord. Het betrekt me ergens bij tegen mijn zin. Pas hiermee op. Eigenlijk bedoel je hier wat Katie ‘mij’ noemt. Dat is dreumes-taal voor ‘het is van mij’ of ‘ik wil het hebben’. Als ze die fase voorbij is, en dan nog wat meer fases, zal ik het haar uitleggen. Tot die tijd val ik jullie hiermee lastig. Ook dat nog.

 

 

 

 

20200422_152724

Kippenpoot

Kippenpoot

Op de dansacademie kreeg ik het vak flamenco. Oftewel, Spaanse dans. Daarbij maakte je ritmes met je voeten. Een docent noemde dat een keer stampen, maar het heet voetenwerk. Onze flamenco-docent gaf de ritmes van het voetenwerk altijd heel mooi aan met allerlei geluiden. Allerlei kreten en tonggeklak die onmogelijk na te doen waren, maar geweldig hielpen om ingewikkelde ritmes in je lijf en uit je voeten te krijgen. Ze vertelde een keer over een ritme dat een van haar dansleerlingen maar niet onder de knie kreeg. Ze had al haar kreten en klanken gebruikt, nog steeds lukte het hem niet. Toen kwam ze tot een geniale vondst. Ze zong het riedeltje “hiepa, happa, kippenpoot.” Die kippenpoot zorgde ervoor dat het hem lukte. De klemtoon op de eerste lettergreep gaf inderdaad het juiste ritme aan.

Dit gebeurde ergens eind vorige eeuw. Zo’n 12 jaar later volgde ik Griekse les. Grieks is een taal die ook een bepaald ritme heeft en als je dat onder de knie hebt spreek je het heel gemakkelijk…volgens een Nederlander die al jaren in Griekenland woont. Volgens mij niet, al helpt het wel. Dat ritme is bijvoorbeeld belangrijk bij een vorm van de verleden tijd. Als je dat verkeerd uitspreekt weten ze niet of je een fout maakt terwijl je iets uit het verleden vertelt of dat je iets wat nog moet gebeuren vertelt. Dat je een fout maakt is in ieder geval wel duidelijk.

Kippenpoot Crisadan Pixabay
Foto: Crisadan via Pixabay

 

Toen we weer eens zaten te worstelen met de klemtoon van die werkwoorden (hoor jij in je hoofd nu ook klemtoon, in plaats van klemtoon?) kwam het verhaal van de kippenpoot weer in me op. In deze situatie kon de kippenpoot weer perfect dienst doen om het juiste ritme te vinden. Nu niet in het ritme van de dans, maar van de Griekse taal. Mijn Grieks is nog steeds verre van vloeiend, maar het ritme zit er nog in. Toen ik na een paar jaar pauze weer Griekse lessen ging volgen, kwam de worsteling met de klemtoon opnieuw voorbij.

Dolenthousiast vertelde ik het verhaal van de kippenpoot. Ik verwachtte een euforische reactie of anders minstens een zucht van verlichting vanwege deze geweldige tip. Wat ik niet verwachtte was: “dat zei de andere docent ook altijd.” Na de les hebben we het gevraagd waar zij de kippenpoot vandaan had. Die had ze van mij. Nu ruim 16 jaar na het oorspronkelijke kippenpootverhaal van de onbekende danser en nietsvermoedende flamenco-docent werkt het nog steeds perfect. Zo zie je maar hoe zinvol een opleiding aan de dansacademie is.

Doe normaal

Doe normaal

Daar loop ik dan met mijn dwarse peuter door de supermarkt. Het is half 5 ’s avonds en niet de beste tijd voor een driejarige om boodschappen te doen, maar het kwam zo beter uit. Vanaf dat we uit de auto stapten begon het drama. ‘Jasje uit, laarzen uit, broek uit’ ‘Oké Nora, je mag je jas uit, maar pas in de winkel.’ Ze is nogal warm aangelegd en draagt zomer en winter korte mouwen en liever helemaal geen broek.
De jas was uit, toen werd het ‘in karretje zitten, in stoeltje zitten, eruit, mama dragen.’ Aangezien ik niet een peuter en een foetus tegelijkertijd kan dragen moest de peuter in het karretje. Zelf lopen was kennelijk geen optie op dat moment. Ik pakte de boodschappen en negeerde Nora zoveel mogelijk, want alles wat je aandacht geeft groeit. Met name het krijsen van een klein kind.
Blijven ademen dus en zorgen dat ik niks vergat. Ik bleef rustig, vanbuiten, totdat er een vrouw achter ons in de rij kwam staan. Zij begon ook een beetje te krijsen. ‘Jij moet naar bed.’ Uiteraard mevrouw, bedankt voor de tip, ging het sarcastisch door mijn hoofd.

Ze ging maar door en ook dat negeerde ik. Ik bleef met mijn rug naar haar toe staan en zij ging door. Ze had kennelijk door dat de krijsende peuter niet direct naar bed kon, dus koos ze een nieuwe leus. ‘Ik doe jou uitlachen.’ Neeeee! Lach wat je wil, lach mijn kind uit, lach mij uit, lach alle ouders uit die hun kind pas na 17u naar bed brengen. Maar, praat normaal.
Voor de geïnteresseerden: bij ‘doen’ komt nooit een ander werkwoord. Ik doe lachen, doe maar bemoeien, doe negeren = fout. De taalpurist in mij heeft het hier moeilijk mee.

Doe normaal Nederlands praten, wilde ik nog zeggen, maar dan leert Nora het ook verkeerd. Dus dat deed ik maar niet. Ik weet het, niet iedereen is een taalmens. Dus ik kan ermee leven dat die mevrouw een beetje onhandig praat. Maar wat ik echt erg vond is die opmerking over uitlachen. Daarmee geef je aan dat iemand zich druk moet maken om wat een ander van je vindt. Dat wil ik mijn kind niet leren. Ik wil haar leren dat zo krijsen niet kan en breng haar echt wel manieren bij. Maar ik hoop dat ze die toepast omdat ze merkt dat de wereld zo een stuk aangenamer is. Niet omdat ze bang is dat anderen iets van haar vinden.

We zijn ontzettend bezig met wat anderen van ons denken. Door je kind te leren dat het zich moet gedragen omdat anderen het anders uitlachen, leer je het zich te schamen en onzeker te worden. Dat vind ik vreselijk. Gelukkig kan het Nora totaal niet schelen wat anderen van haar vinden. Ook niet als ze zo’n peuteraanval heeft. Hopelijk houdt ze dat eerste en gaan de aanvallen over.

Ik wil niet dat mijn kind zich schaamt omdat anderen iets van haar vinden.  Bréne Brown schrijft in haar boek ‘De Kracht van Kwetsbaarheid’ hoe we ons schamen voor ontzettend onbelangrijke dingen en ons hele leven daardoor laten vergallen. Dat wordt ons al jong bijgebracht. Onder andere door opmerkingen als ‘iedereen kijkt naar je’ of ‘ga je schamen’.
Zou het niet veel mooier zijn als we onze kinderen leren fijn met anderen om te gaan en ze zelf laten ontdekken dat bepaald gedrag wel of niet werkt? Dan leren ze zichzelf en anderen te respecteren en zich niet met anderen te bemoeien. Ik doe het in ieder geval wel zo.