Gevaarlijk woord

Gevaarlijk woord

20200422_152746

Katie is bijna twee en is flink bezig met haar spraakontwikkeling. Een paar maanden geleden kwam ze met het woordje ‘ook’. Als ik iets heb, meestal iets eetbaars, wil zij het ook en zegt ze simpelweg ‘ook’. Mooi gekozen. Die kleine beseft dat er een verschil is tussen de andere persoon en zichzelf en wil het niet afpakken, maar wil het ook. Een soort samen delen, samen eten… Tenminste, dat maak ik ervan. Alsof een kind van die leeftijd al zo denkt.
Waarschijnlijk bedoelt ze gewoon dat ze iets wil en het niet uitmaakt of ze die van jou krijgt of een andere. Als ze het maar krijgt. Dit laatste lijkt me logischer.

20200422_152746

Taalkundig is dit een essentieel verschil. ‘Ook’ betekent dat het zowel voor de ander geldt als voor jou. Veel volwassenen hebben dat niet door. Dit kleine woord kan de betekenis van je zin volledig veranderen.
Wat is het verschil tussen deze voorbeelden?

Dan word ik boos. – Dan word ik ook boos.

Ik kan dat niet. – Ik kan dat ook niet.

Ik vind dat stom. – Ik vind dat ook stom.

De eerste zin zeg iets over jou. De tweede over jou en de ander. Het zegt iets wat misschien niet waar is.

Ook is dus een gevaarlijk woord. Het betrekt me ergens bij tegen mijn zin. Pas hiermee op. Eigenlijk bedoel je hier wat Katie ‘mij’ noemt. Dat is dreumes-taal voor ‘het is van mij’ of ‘ik wil het hebben’. Als ze die fase voorbij is, en dan nog wat meer fases, zal ik het haar uitleggen. Tot die tijd val ik jullie hiermee lastig. Ook dat nog.

 

 

 

 

20200422_152724

Vogelnest

Vogelnest

Opeens ligt de wereld stil. Alles is anders en het voelt onwerkelijk. Ik moest behoorlijk wennen aan deze situatie. Het ene moment word ik gillend gek, maar het volgende zie ik een heleboel voordelen. Het milieu is in ieder geval wel blij met deze lock-down. De lucht is stukken schoner, de aarde trilt minder en moeder aarde krijgt even rust.
Terwijl het leven van de mensen flink op zijn kop gezet wordt, gaat de natuur door zoals altijd. Het is lente en de vogels gedragen zich daar ook naar. Ze kwetteren en bouwen hun nesten. Ook in de boom achter ons huis. 1
Niet verder vertellen, maar het is mijn boom. Ook al staat hij op gemeentegrond en hoef ik er niet voor te zorgen. Anderen mogen er ook naar kijken en van genieten. Maar die boom is hier ooit, jaren voor dit huis gebouwd werd, speciaal voor mij geplant. Mijn boom maakt me rustig en laat me beseffen dat alles altijd verandert en dat dat niet erg is. Ieder seizoen is hij even mooi, met of zonder blad. Zelf toen hij vorig jaar vol zat met de eikenprocessierups was hij prachtig.
De boom gaat door met wat een boom hoort te doen. Of misschien juist niet hoeft te doen. De boom is gewoon. Of er nou een virus rondwaart of niet.
Helemaal in de top van de boom zit sinds kort een nest. Een groot, ruig en rommelig nest dat stevig genoeg lijkt om een vogelgezin te stichten en er zelfs gezellig uitziet. Af en toe zie ik een ekster komen of gaan. De ekster houdt geen anderhalve meter afstand van andere vogels, maakt zich geen geen zorgen over ziek worden en slaat geen extra wormen of takjes in. Hij doet gewoon wat hij anders ook had gedaan. De natuur gaat door, in haar eigen tempo, zonder doel of haast. En alles is goed.

                                                          Nature doesnt hurry,

                                                  Yet everything is accomplished

2

Passie

Passie

Mijn dag begint bijna altijd met “mama, mama, mama, mama, mama….” Dit gaat net zolang door tot ik uit bed kom. Mijn kinderen zijn wakker en staan aan. Ik ben in gedachten nog bij mijn bed waar ik nog in had willen liggen en heb mijn aan-knop nog niet gevonden.
Dat enthousiasme waarmee kinderen wakker worden ben ik helemaal kwijt. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik het ooit heb gehad. Het lijkt me heerlijk. Niet denken aan hoe lang je nog had kunnen slapen, maar denken al alles wat je vandaag kunt doen.
Je kunt het passie noemen, maar ik heb een hekel aan dat woord. Passie klinkt overdreven. Alsof die passie het enige is wat je in je leven wil en de rest er niet toe doet. Ik kan beter uit de voeten met het woord enthousiasme. Dat klinkt net wat genuanceerder en overzichtelijker. Je wordt niet meegesleept, maar wel blij. Een dikke 8 in plaats van een 10. Ook prima. Maar blijf vooral passie zeggen als je daar enthousiast over bent.

Het klinkt ernstiger dan het is, maar ik ben waarschijnlijk ergens mijn enthousiasme om aan de dag te beginnen kwijt geraakt. Passie is al helemaal een ver van mijn bed show. Al heb ik wel een passie voor slapen. Of voor lekker in mijn bed zitten met een boek of Netflix. Of voor eten. Als ik ’s avonds uit eten ga, kan ik daar de hele dag naar uit kijken. Uiteraard pas nadat ik goed op gang ben gekomen. Wat dan weer een paar uur duurt.

Net als een kind wil ik de dag vol enthousiasme beginnen. Niet meer denken dat ik nog wil slapen, maar dat ik al op mag staan. In plaats van balen van de regen, blij zijn dat ik mijn paraplu kan gebruiken. Mijn kinderen kunnen me hierbij helpen. Ik hoef ze alleen maar na te doen. Maar nu nog even niet. Eerst wachten op de lente. Nu is het tijd voor een winterslaap. Dat is dan weer mijn passie.

Foto: Gloria Williams – Pixabay

Advent

Advent

Ieder jaar koop ik een adventskalender met chocola erin. Ik weet dat advent de periode voor kerst is, maar hoe het precies zit moest ik opzoeken. Op school staken we in de vier weken voor kerst iedere maandag een kaars aan. Iedere week kwam er eentje bij. Dus als er vier aangestoken werden werd het die week kerst. Meer wist ik niet.
Gelukkig wist het internet het wel. Dat vertelde mij dat het Latijnse woord adventus ‘komst’ betekent. Advent is de aanloopperiode naar kerst, dus de geboorte van Jezus, en de te verwachten wederkomst van Jezus. Kerstmis is het feest van het licht, want Jezus was de brenger van licht in de duisternis. Omdat we iedere week dichter bij dit feest komen komt er meer licht. Daarom ook een kaars meer.

Advent begint altijd op een zondag tussen 27 november en 3 december en eindigt op kerstavond. Het duurt daarom niet ieder jaar even lang. In de bijbel is geen directe aanleiding te vinden voor advent. Vermoedelijk werd in de vierde eeuw na Christus voor het eerst advent gevierd.
Nu wordt het nog steeds gevierd. Met het aansteken van de kaarsen en in kerken wordt het ‘groeilied’ gezongen, waar iedere zondag een couplet aan toegevoegd wordt.
Er zijn adventkalenders waarbij je iedere dag een vakje mag openen, maar ik kwam er ook achter dat er adventshuisjes bestaan waarbij iedere zondag een deurtje open gaat en op kerstavond het kerstkind tevoorschijn komt. Dat laat veel meer de religieuze achtergrond zien.

Voor mij waren de advents-ster en adventskrans helemaal nieuw. Ik dacht altijd dat die advents-ster een kerstster was, maar deze zilverkleurige ster symboliseert het licht in de duisternis. Misschien mag deze ster een dubbelrol vervullen en met kerst de ster zijn die de wijzen naar de stal leidde waar Jezus geboren was.
Ook van een adventskrans had ik nog nooit gehoord. Mensen werden vroeger gekroond of onderscheiden met kransen. De dennenkrans om de adventskaarsen symboliseert het koningschap van Jezus.

De adventstraditie wil ik mijn kinderen ook meegeven. Daarvoor heb ik om te beginnen adventskalenders met laatjes. Die kun je ieder jaar opnieuw vullen. Volgens mij weet Nora nog niet echt wie Jezus is en God is al helemaal ingewikkeld. Ik had het op haar leeftijd over de Beregod. Zo noemden ze Hem op school, dacht ik. Dat bleek Here God te zijn, maar als vierjarige kon ik me daar totaal geen beeld van vormen. Hij was een niet zichtbaar iets of iemand en zijn zoon was een echt mens. Te ingewikkeld. Met Pasen (link) snapte Nora ook niets van de wederopstanding van Jezus.

Dus het zal hier voorlopig nog vooral om de interessante inhoud van de adventskalender gaan. Maar nu weet ik wel wat advent is. Dat is weer mooi meegenomen. Je bent nooit te oud om te leren. Ook niet om een adventskalender te hebben. Die staat al op me te wachten en bij ieder chocolaatje weet ik nu welke betekenis er achter zit.

Foto: Matthias Boeckel

De zak

De zak

Afval houdt me laatste tijd flink bezig. Nu maakte ik weer iets geks mee met recyclen. Plastic wordt al een tijd apart ingezameld. Nu mogen ook blik en drankverpakkingen in dezelfde zak. Dat heette PMD; plastic, metaal en drankverpakkingen. Om het makkelijker te maken is die naam veranderd in PBD; plastic verpakkingen, blik en drinkpakken. Waarschijnlijk zijn drinkpakken hetzelfde als drankverpakkingen, maar een kniesoor die daar op let. En ik natuurlijk, de kritische taalgebruiker die niet van afkortingen houdt. Dus zeg ik gewoon plastic.

Wat ik zo grappig vind is dat er van het ingezamelde plastic zakken worden gemaakt om nog meer plastic in te zamelen. Dat klinkt een beetje als bezigheidstherapie, maar we moeten toch ergens heen met ons afval. Deze zakken kun je trouwens gratis ophalen bij de supermarkt.
Dat vergeet ik vaak. Daardoor had ik laatst echt niets meer en moest ik dringend zakken hebben. Voor mijn werk ook. Twee rollen dus. Maar bij de bewuste supermarkt waar ik was mocht dat niet. Eén rol per persoon. Mijn werk is geen persoon en niet in de winkel aanwezig. Dus kreeg ik maar een rol. Regels zijn regels. Want wat als je misbruikt maakt en extra veel gaat recyclen? Dat moeten we niet hebben.

Maar ik had echt twee rollen nodig. In een aanval van slimheid (gebeurt niet vaak) besloot ik een andere klant aan te spreken. Ik vroeg of zij een rol zakken voor me wilde vragen. Dat wilde ze wel. In 10 seconden was het gebeurd. Ik geholpen, milieu gered, caissière geïrriteerd. Sorry, maar mijn recycledrang is niet te stoppen. Anders krijg ik te veel restafval en die container zit hier in de straat vaak vol. Daar kreeg ik laatst al gedoe mee.

Wat mag er nou eigenlijk in die PBD-zak? Dat blijkt nog best ingewikkeld te zijn. Een handig hulpmiddel voor wat WEL bij de plastic verpakkingen, blik en drinkpakken hoort:

  • Is het een verpakking?
  • Is het leeg?
  • Komt het uit de keuken of badkamer?

Dan is het antwoord JA.
Al is deze richtlijn niet 100% betrouwbaar. Een chipszak komt uit de keuken en is een verpakking en bij mij al snel leeg. Maar door zijn glimmende binnenkant mag hij niet in de PBD-zak.
Tijd om minder afval te produceren. Ik ben er alleen nog niet uit hoe. Tot die tijd recycle ik zo goed mogelijk met of zonder gratis zakken.

De zak 2

De afvalcontainer

De afvalcontainer

Hier weer een kleine bekentenis van een doorgaans brave Hendrika. Ik doe ook wel eens iets wat niet mag. Zo, dat is eruit. Het ongelukkige is dat als ik dat doe ik er vaak keihard voor gestraft word. Ik ben braaf in het verkeer, scheid mijn afval, gooi nooit iets op straat enzovoorts. Misschien krijg ik een beetje straf voor het commentaar dat ik op anderen lever als zij het wel doen. Karma is niet lief, zeg maar. Je moet eigenlijk bitch zeggen in plaats van niet lief. Maar ik probeer ook zo min mogelijk te schelden, want ik heb kinderen, werk met kinderen en probeer daarom het goede voorbeeld te geven.
Dat lukt dus niet altijd. Ik heb mezelf de laatste jaren best goed gedragen als het gaat om vloeken en schelden. Al lukt dat in periodes van vermoeidheid en frustratie niet altijd. Zo, dat was weer een bekentenis.

Maar afval scheiden doe ik altijd heel trouw. En fanatiek. Ik ben ertoe in staat een theezakje, met touwtje en label netjes over drie verschillende bakken te verdelen. Ook heb ik wel eens een nietjes uit folders gehaald en een envelop helemaal ontmanteld zodat plastic, papier en lijm apart weggegooid konden worden. Maar laatst een keer niet. Ik vond het te veel moeite om zo’n dikke envelop uit elkaar te halen. Dus hij ging in de prullenbak.

Ik heb niet veel restafval, op de luiers na. BZC werpt nog te weinig vruchten af om over te gaan op wasbare luiers, vind ik. Dus maak ik af en toe ook een ritje naar de container hier in de straat voor het restafval. Die zat vol, dus afvalzak mee terug. Dat stinkt. De dag daarna zat hij weer vol, of nog. En kort daarna ook. Boos en scheldend liet ik de afvalzak naast de container staan. Ik vond dat ik mijn best had gedaan met theezakjes slopen enzo. Nu zochten ‘ze’ het maar uit. Dat deden ‘ze’ ook. ‘Ze’ doorzochten mijn vuilniszak. Die met de envelop die niet te scheiden viel en waar mijn naam en adres op stonden. De doorzoekers kwamen naar mijn huis. Ik kreeg een waarschuwing en de volgende keer een boete van meer dan 140 euro.

Zo ver laat ik het niet komen. Ik zal nooit meer iets stouts doen. Nou ja, geen afvalzak naast de container zetten. Anderen wel. Vorige week zat de container weer overvol en stond er een hele lading afval naast. Ik ben benieuwd of er waarschuwingen en boetes uitgedeeld zijn. Aan mij in ieder geval niet. Ik heb mijn lesje geleerd. Hopelijk ‘ze’ ook en legen ze de container wat vaker.

Ruim je rotzooi op

Ruim je rotzooi op

Deze zomer zat ik bij het zwembad. Alles binnen handbereik, pierenbadje, ondiep bad, diep bad met glijbaan, schaduw, toiletten, horeca en overal afvalbakken. Die afvalbakken stonden er een beetje voor spek en bonen, want een heleboel mensen weten niet hoe ze werken. De zonneweide lag namelijk vol met lege verpakkingen, blikjes en ijsstokjes. Ik ergerde me er kapot aan.

Een andere ergernis van mijn zijn waterballonnen. Bij ons in de buurt is een waterspeeltuin. Daar spuit bij mooi weer water uit de klimtoestellen. Kinderen lopen er rond in zwemkleding en spelen er met waterpistolen en natuurlijk met waterballonnen. Die ballonnen knappen kapot. Die laat je vervolgens liggen zodat vogels ze op kunnen eten en doodgaan. Of zodat mijn dochter ze in haar mond kan stoppen. Dat laat ik natuurlijk niet gebeuren, maar daarvoor moet ik er wel bovenop zitten en steeds kapotte ballonnen van de grond rapen.

FB_IMG_1566151437988
Dat is nou net de grap. Er is altijd wel iemand die de rotzooi opruimt. Degenen die het laten slingeren hebben niet eens in de gaten wat ze doen. Ik vraag me vaak af of ze het nooit geleerd hebben of dat het ze niets kan schelen.

Toen ik met een vriendin op straat liep klom ze ineens de aflopende berm in om afval op te pakken  en sprak daarbij de wijze woorden van haar oma: “Als iedereen iets opruimt, is het altijd schoon.” Haar oma had gelijk. Maar waarom zou het een ander moeten zijn die jouw rotzooi opruimt? Doe het zelf.

Een tijd geleden reed in de auto (ook milieuonvriendelijk, ik weet het) een jongen voorbij die al fietsend een milkshake dronk. Hij had het dekseltje niet meer nodig en gooide het zonder ook maar te kijken waar het neerkwam van zich af. Tegen Nora die toen twee was zei ik: “Als jij dat later ooit doet, dan…” en toen wist ik niet wat dan. Want, wat dan? Wat doe je hieraan?
Ik bedacht later dat ik dan een T-shirt laat drukken met de tekst afval hoort niet op straat. En haar dan met een grijper en vuilniszak afval van straat laat halen. Dit film ik en zet ik op social media. Daarna zal ze het nooit meer doen. Of ze gaat de criminaliteit in omdat ik haar beschadigd heb met mijn extreme opvoedmethode. Hopelijk zullen we er nooit achter komen.
Als ze afval van straat pakt en het weer teruggooit laat ik het haar altijd oppakken om in de prullenbak te gooien. Ik zeg er dan ook bij dat de mensen dat zelf hadden moeten doen, maar kennelijk niet konden. Gelukkig kunnen wij het wel.

                                       Een schonere wereld begint bij jezelf.

Op 21 september is het World Cleanup Day. Op die dag ruimen mensen over de hele wereld de rotzooi op die anderen hebben laten slingeren. Mooi initiatief, maar ik vind het nog mooier als we allemaal onze rotzooi achter ons derrière opruimen.

Uitgelichte foto: Jaqueline Macou. Foto in tekst: Facebook.