Vogelnest

Vogelnest

Opeens ligt de wereld stil. Alles is anders en het voelt onwerkelijk. Ik moest behoorlijk wennen aan deze situatie. Het ene moment word ik gillend gek, maar het volgende zie ik een heleboel voordelen. Het milieu is in ieder geval wel blij met deze lock-down. De lucht is stukken schoner, de aarde trilt minder en moeder aarde krijgt even rust.
Terwijl het leven van de mensen flink op zijn kop gezet wordt, gaat de natuur door zoals altijd. Het is lente en de vogels gedragen zich daar ook naar. Ze kwetteren en bouwen hun nesten. Ook in de boom achter ons huis. 1
Niet verder vertellen, maar het is mijn boom. Ook al staat hij op gemeentegrond en hoef ik er niet voor te zorgen. Anderen mogen er ook naar kijken en van genieten. Maar die boom is hier ooit, jaren voor dit huis gebouwd werd, speciaal voor mij geplant. Mijn boom maakt me rustig en laat me beseffen dat alles altijd verandert en dat dat niet erg is. Ieder seizoen is hij even mooi, met of zonder blad. Zelf toen hij vorig jaar vol zat met de eikenprocessierups was hij prachtig.
De boom gaat door met wat een boom hoort te doen. Of misschien juist niet hoeft te doen. De boom is gewoon. Of er nou een virus rondwaart of niet.
Helemaal in de top van de boom zit sinds kort een nest. Een groot, ruig en rommelig nest dat stevig genoeg lijkt om een vogelgezin te stichten en er zelfs gezellig uitziet. Af en toe zie ik een ekster komen of gaan. De ekster houdt geen anderhalve meter afstand van andere vogels, maakt zich geen geen zorgen over ziek worden en slaat geen extra wormen of takjes in. Hij doet gewoon wat hij anders ook had gedaan. De natuur gaat door, in haar eigen tempo, zonder doel of haast. En alles is goed.

                                                          Nature doesnt hurry,

                                                  Yet everything is accomplished

2

Vieze beest

Vieze beest

Daar zit weer zo’n vies beest. Sinds een paar jaar kom ik ze hier in huis overal tegen. Vooral op de trap, maar steeds vaker ook in de slaapkamers, badkamer en nu ook in de woonkamer en keuken. Nora leefde met me mee en zei op zijn dreumes’ vieze beest. Dus noemen onze ongewenste huisgenoten niet zilvervisjes, maar vieze beesten. Ook als het er maar eentje is houden we de verkeerde kinderuitspraak aan en zeggen we vieze beest.
Ze zitten daar maar vies te zijn en het schijnt dat ze bacteriën meebrengen. Als je ze wil vernietigen vluchten ze weg. Vaak weten ze me slim te ontwijken en heeft hun reactie iets panisch. Net of ze heel intelligent en gevoelig zijn. Dus durfde ik ze niet dood te maken.
Maar het werden er steeds meer en mijn irritatie groeide. Toen ging ik ze platdrukken. Daar gaan ze ook dood van, maar het klinkt niet zo erg.

Zilvervisjes lijken geen natuurlijke vijand te hebben. Dus ging ik op jacht naar zilvervisjesvallen. Dat zijn simpele papieren huisjes met plakstrips erin. Als ze daar door lopen blijven ze vastzitten. De vallen werken best goed. Wanneer er eentje uitgewerkt raakt zie ik weer meer vieze beesten verschijnen. Helaas pakken de vallen de zilvervisjes niet bij de bron aan.
Zo’n beetje de hele straat heeft er last van. Wat kunnen we doen? Er is een heel  chemische behandeling die je met het hele blok moet doen om zinvol te zijn, maar dat vind ik niets. Ik wil graag een milieu- en vooral kindvriendelijke oplossing om hun nesten tegen te gaan.

Vorig jaar in de winter kon ik nergens vallen vinden. Daarom heb ik nu alvast ingeslagen. Ook heb ik ontdekt dat het dakje van het huisje ook plakstrips heeft. Als de bodem niet meer goed werkt knip ik de val open en leg ik de dakjes op de grond. Zo kan de val extra lang gebruikt worden.
Ondertussen blijf ik zoeken naar blijvende oplossingen. Misschien probeer ik de spray die hier nog ligt die kruipende insecten weg moet krijgen, als we op vakantie gaan. Alleen duurt dat nog even en vorig jaar ben ik het vergeten. Met twee jonge kinderen in huis durf ik echt niet met gif te sprayen.
Er staan ook alternatieve oplossingen online. Iets met een doorgesneden aardappel waar de vieze beesten op afkomen. Etherische oliën zou ze ook verjagen, maar dat werkte hier niet. Dus voorlopig blijf ik ze platdrukken. Eigenlijk ben ik blij dat het maar zilvervisjes zijn. Ik nog wel erger ongedierte bedenken.

Foto: Hans Braxmeier

De wespendans

De wespendans

Nora heeft jeuk. Het lijkt wel een muggenbult. “Ik ben gestoken.” “Door een mug?” vraag ik. “Ja. Eh, eigenlijk een wesper.” Een vrij lauwe reactie voor iemand die door een wesp gestoken zou zijn. Waarschijnlijk was het een mug. We smeren er anti-jeukcreme op en dan hoor ik er niks meer over.
Ze weet dat wespen rotbeesten zijn die kunnen steken. Gelukkig weet ze nog niet hoe vervelend dat voelt. Nora weet dat als er een “wesper” in de buurt is je rustig moet blijven. Niet gaan slaan.
Want wespen zijn rotbeesten, die gemeen steken als ze zich ook maar een klein beetje aangevallen voelen.

Insectenbestrijders
Veel meer weet ik eigenlijk niet over wespen. Laatst ving ik een gesprek op over wespen. Iemand zei dat wespen de roofdieren onder de insecten zijn. Het zijn vleeseters die andere vliegende insecten eten. Oftewel, ze bestrijden insecten zoals muggen. Dat is voor ons heel fijn.
Minder fijn is dat ze op ons eten af komen en om je heen cirkelen als jij lekker buiten een ijsje zit te eten. Daar kun je niet zo heel veel tegen doen. Eventueel iets nog zoeters ergens in de buurt neerzetten (lees: wespenval) en hopen dat ze dat verkiezen boven jouw ijsje.

Flauw
Wat moet je vooral niet doen? Niet gaan dansen. Veel mensen beginnen te slaan en te zwaaien als er een wesp in de buurt komt. Niet handig, want dan kan hij zich aangevallen voelen en steken. Ik noem dit slaan en zwaaien de wespendans. Als je de wesp even wegdenkt en alleen kijkt naar de bewegingen die de wespenverjager maakt, zie je een interessante choreografie. Vooral als de danser zijn bovenlichaam in allerlei bochten wringt om de wesp te ontwijken.
Ik moet er erg om lachen. Heel flauw van mij. Sorry voor de wespendansers. Ik weet dat jullie bang zijn. Maar ik weet ook dat jullie dans totaal geen zin heeft. Tenzij je van dansen houdt.

Rustig wachten
Ik ben twee keer in mij leven gestoken door een wesp. Zomaar. Ik deed niets. De eerste keer stond ik helemaal stil en de tweede keer had dat beest zich onder mijn kleren verstopt. Geen idee hoe.
Volgens mij kun je vrij weinig doen tegen wespen. Niet buiten gaan zitten met zoete dingen. En vooral niet gaan wespendansen. Rustig blijven en beseffen dat als de wesp weer verder gaat hij vervelende muggen gaat vangen en wij daar geen last meer van hebben. Meer niet. En wachten op de winter. Dan zijn ze ook ergens meer te bekennen.

 

Foto door Capri23auto via Pixabay

Déja vlieg

Déja vlieg

Ik zat vanmiddag achter mijn bureau, er zoemde een vlieg tegen het raam. Heel vervelend. Ik werd er gek van. Gisteren ook al. Hé, had ik die vlieg niet naar buiten gelaten? Hoe kan hij dan nu weer terug zijn? Zou er een nest zitten? Een nest dat iedere dag één vlieg loslaat en tegen mijn raam laat brommen, zwermen, vliegen? Vast niet.

Ik laat hem weer vrij. Net als gisteren. Raam open, vlieg weg. Maar ik zag hem niet wegvliegen. Net als gisteren. Toen zat hij tussen de rubbers van het raam en kozijn. Het is een kantelraam en de vlieg begrijpt niet dat hij eerst iets omlaag moet om onder het kozijn uit te vliegen. Hij wil naar boven, naar de lucht, naar de vrijheid. Net als gisteren.

Ik zoek een stokje om hem daar weg te jagen. Natuurlijk heb ik geen stokje, wel een lange nagelvijl. Daarmee jaag ik hem uit zijn schuilplaats. Hij stuitert vliegend over het raam. Net als gisteren. Ik probeer hem met de vijl de weg te wijzen. Het is koud buiten en ik heb mijn raam wagenwijd open om een vlieg te helpen. Het is het waard, want opeens heeft hij de uitgang gevonden. Net als gisteren vliegt hij naar links. Hij is gered en ik ben van het gezoem af. Net als gisteren.

Wel raar dat het gisteren precies hetzelfde ging. Zou ik het me verbeeld hebben? Dan had ik vandaag geen déja vu, maar een déja vlieg. Het was vast de vlieg van gisteren.