De wespendans

De wespendans

Nora heeft jeuk. Het lijkt wel een muggenbult. “Ik ben gestoken.” “Door een mug?” vraag ik. “Ja. Eh, eigenlijk een wesper.” Een vrij lauwe reactie voor iemand die door een wesp gestoken zou zijn. Waarschijnlijk was het een mug. We smeren er anti-jeukcreme op en dan hoor ik er niks meer over.
Ze weet dat wespen rotbeesten zijn die kunnen steken. Gelukkig weet ze nog niet hoe vervelend dat voelt. Nora weet dat als er een “wesper” in de buurt is je rustig moet blijven. Niet gaan slaan.
Want wespen zijn rotbeesten, die gemeen steken als ze zich ook maar een klein beetje aangevallen voelen.

Insectenbestrijders
Veel meer weet ik eigenlijk niet over wespen. Laatst ving ik een gesprek op over wespen. Iemand zei dat wespen de roofdieren onder de insecten zijn. Het zijn vleeseters die andere vliegende insecten eten. Oftewel, ze bestrijden insecten zoals muggen. Dat is voor ons heel fijn.
Minder fijn is dat ze op ons eten af komen en om je heen cirkelen als jij lekker buiten een ijsje zit te eten. Daar kun je niet zo heel veel tegen doen. Eventueel iets nog zoeters ergens in de buurt neerzetten (lees: wespenval) en hopen dat ze dat verkiezen boven jouw ijsje.

Flauw
Wat moet je vooral niet doen? Niet gaan dansen. Veel mensen beginnen te slaan en te zwaaien als er een wesp in de buurt komt. Niet handig, want dan kan hij zich aangevallen voelen en steken. Ik noem dit slaan en zwaaien de wespendans. Als je de wesp even wegdenkt en alleen kijkt naar de bewegingen die de wespenverjager maakt, zie je een interessante choreografie. Vooral als de danser zijn bovenlichaam in allerlei bochten wringt om de wesp te ontwijken.
Ik moet er erg om lachen. Heel flauw van mij. Sorry voor de wespendansers. Ik weet dat jullie bang zijn. Maar ik weet ook dat jullie dans totaal geen zin heeft. Tenzij je van dansen houdt.

Rustig wachten
Ik ben twee keer in mij leven gestoken door een wesp. Zomaar. Ik deed niets. De eerste keer stond ik helemaal stil en de tweede keer had dat beest zich onder mijn kleren verstopt. Geen idee hoe.
Volgens mij kun je vrij weinig doen tegen wespen. Niet buiten gaan zitten met zoete dingen. En vooral niet gaan wespendansen. Rustig blijven en beseffen dat als de wesp weer verder gaat hij vervelende muggen gaat vangen en wij daar geen last meer van hebben. Meer niet. En wachten op de winter. Dan zijn ze ook ergens meer te bekennen.

 

Foto door Capri23auto via Pixabay

Kippenpoot

Kippenpoot

Op de dansacademie kreeg ik het vak flamenco. Oftewel, Spaanse dans. Daarbij maakte je ritmes met je voeten. Een docent noemde dat een keer stampen, maar het heet voetenwerk. Onze flamenco-docent gaf de ritmes van het voetenwerk altijd heel mooi aan met allerlei geluiden. Allerlei kreten en tonggeklak die onmogelijk na te doen waren, maar geweldig hielpen om ingewikkelde ritmes in je lijf en uit je voeten te krijgen. Ze vertelde een keer over een ritme dat een van haar dansleerlingen maar niet onder de knie kreeg. Ze had al haar kreten en klanken gebruikt, nog steeds lukte het hem niet. Toen kwam ze tot een geniale vondst. Ze zong het riedeltje “hiepa, happa, kippenpoot.” Die kippenpoot zorgde ervoor dat het hem lukte. De klemtoon op de eerste lettergreep gaf inderdaad het juiste ritme aan.

Dit gebeurde ergens eind vorige eeuw. Zo’n 12 jaar later volgde ik Griekse les. Grieks is een taal die ook een bepaald ritme heeft en als je dat onder de knie hebt spreek je het heel gemakkelijk…volgens een Nederlander die al jaren in Griekenland woont. Volgens mij niet, al helpt het wel. Dat ritme is bijvoorbeeld belangrijk bij een vorm van de verleden tijd. Als je dat verkeerd uitspreekt weten ze niet of je een fout maakt terwijl je iets uit het verleden vertelt of dat je iets wat nog moet gebeuren vertelt. Dat je een fout maakt is in ieder geval wel duidelijk.

Kippenpoot Crisadan Pixabay
Foto: Crisadan via Pixabay

 

Toen we weer eens zaten te worstelen met de klemtoon van die werkwoorden (hoor jij in je hoofd nu ook klemtoon, in plaats van klemtoon?) kwam het verhaal van de kippenpoot weer in me op. In deze situatie kon de kippenpoot weer perfect dienst doen om het juiste ritme te vinden. Nu niet in het ritme van de dans, maar van de Griekse taal. Mijn Grieks is nog steeds verre van vloeiend, maar het ritme zit er nog in. Toen ik na een paar jaar pauze weer Griekse lessen ging volgen, kwam de worsteling met de klemtoon opnieuw voorbij.

Dolenthousiast vertelde ik het verhaal van de kippenpoot. Ik verwachtte een euforische reactie of anders minstens een zucht van verlichting vanwege deze geweldige tip. Wat ik niet verwachtte was: “dat zei de andere docent ook altijd.” Na de les hebben we het gevraagd waar zij de kippenpoot vandaan had. Die had ze van mij. Nu ruim 16 jaar na het oorspronkelijke kippenpootverhaal van de onbekende danser en nietsvermoedende flamenco-docent werkt het nog steeds perfect. Zo zie je maar hoe zinvol een opleiding aan de dansacademie is.

Dansen in een villa

Dansen in een villa

Afgelopen weekend was het zover; onze scène die we gemaakt hebben vanuit Theater De Plaats in Arnhem werd gespeeld. Vijf keer op een dag. Ik ontving de mensen als architect en bracht ze door middel van een rondleiding naar de centrale hal van de villa waar de scène plaatsvond. Dit is een prachtige hal met een vleugel, een witmarmeren vloer en een plafond met sierlijk stucwerk en een vestibule met houten tochtportaal met paneeldeuren in neo-renaissancestijl en bovenlichten voorzien van glas-in-lood. Deze omschrijving hoorde bij mijn tekst en had ik zelf niet kunnen bedenken. Zo heb ik ook nog een beetje over de architectuur van de villa geleerd.

Kennelijk bracht ik het overtuigend en geloofde het publiek dat ik echt een architect was, want sommige mensen begonnen vragen te stellen. Ik was in het enthousiasme van het spel even het stukje van mijn tekst vergeten waarin ik aangeef dat ze hun vragen tot na de rondleiding moesten bewaren. Gelukkig hielp een vrijwilliger van de villa me en dankzij hem weet ik ook dat deze villa in 1886 is gebouwd in opdracht van barones van Voorst tot Voorst. Later hebben de nonnen van de Amersfoortse congregatie erin gewoond en toen de laatste vertrok in 1991 heeft het een tijd leeg gestaan. In 2012 werd het een zorgvilla voor mensen die zorg nodig hebben en graag kleinschalig willen wonen.

Wij speelden dus in het huis van de villabewoners door hun dagelijkse activiteiten heen. Heel bijzonder om mee te maken. Vooral op de momenten dat sommigen niet leken te begrijpen dat wij aan het toneelspelen waren. Wanneer wij dansten of zongen werd hun aandacht hierdoor getrokken en genoten ze van wat wij aan het doen waren.

Niet alle bewoners zijn dement en ook niet alle bezoekers hebben met deze ziekte te maken. Toch leek iedereen geraakt toen bleek dat een van ons dement was en constant heen en weer ging tussen verschillende periodes van haar leven en slechts een lucide moment had. Dit is ontzettend triest, maar het had ook iets moois. Moeder en dochter leren elkaar op een nieuwe manier kennen tijdens het improviseren met dans, zang en pianospel, wat zonder deze ziekte niet gebeurd was.

13391494_10157009897380297_7170825241726332366_o
Van architect naar danseres.

Het was een prachtige ervaring om als het ware in dit lot van deze mensen te stappen en te ervaren wat zij meemaken. Ik heb genoten van het optreden op zo’n fascinerende locatie en hoop dat de bezoekers en met name de bewoners van deze prachtige villa dat ook hebben.

(De tweede avond had het publiek uitzicht op de villa omdat we toen niet binnen konden optreden.)

Bewaren

Renske danst

Renske danst

Arnhem Zuidst programmaboekjeNa jaren niet meer gedanst te hebben ga ik weer dansen voor publiek. Ik doe mee aan een theaterproject bij mij in de buurt. In onze wijk bieden verschillende locaties zich aan als tijdelijk theater. De theaterbezoekers lopen langs deze locaties en krijgen overal iets anders te zien.

Meer dan 80 mensen uit onze wijk doen mee, zelfstandig of met hun vereniging. Er zijn twee koren bij en een toneelvereniging en buurtbewoners die het gewoon leuk vinden om te acteren, zingen of dansen. De route loopt langs een molen, kerkje, atelier, woonhuis, buurtsupermarkt, school, dijkhuis en een zorgvilla. In die villa ga ik dansen met een muzikante die gaat zingen en pianospelen. Onze scène gaat over dementie en laat de bezoekers de tragische, maar ook mooie kant van deze ziekte zien.

Voor mij is het vooral leuk om weer op te treden en zelfs mijn spitzen weer tevoorschijn te halen. Maar wat het extra bijzonder maakt is dat wij tussen de bewoners van de vriendelijke, statige villa spelen. Misschien willen ze wel meedoen, of hebben ze niet door dat wij aan het toneelspelen zijn.

Bij de eerste repetitie op de locatie merkten we al dat we zeker iets teweeg brengen. We gaan nog een keer repeteren en het eerste weekend van juni treden we op. Ik heb er zin in!

 

Bewaren