Passie

Passie

Mijn dag begint bijna altijd met “mama, mama, mama, mama, mama….” Dit gaat net zolang door tot ik uit bed kom. Mijn kinderen zijn wakker en staan aan. Ik ben in gedachten nog bij mijn bed waar ik nog in had willen liggen en heb mijn aan-knop nog niet gevonden.
Dat enthousiasme waarmee kinderen wakker worden ben ik helemaal kwijt. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik het ooit heb gehad. Het lijkt me heerlijk. Niet denken aan hoe lang je nog had kunnen slapen, maar denken al alles wat je vandaag kunt doen.
Je kunt het passie noemen, maar ik heb een hekel aan dat woord. Passie klinkt overdreven. Alsof die passie het enige is wat je in je leven wil en de rest er niet toe doet. Ik kan beter uit de voeten met het woord enthousiasme. Dat klinkt net wat genuanceerder en overzichtelijker. Je wordt niet meegesleept, maar wel blij. Een dikke 8 in plaats van een 10. Ook prima. Maar blijf vooral passie zeggen als je daar enthousiast over bent.

Het klinkt ernstiger dan het is, maar ik ben waarschijnlijk ergens mijn enthousiasme om aan de dag te beginnen kwijt geraakt. Passie is al helemaal een ver van mijn bed show. Al heb ik wel een passie voor slapen. Of voor lekker in mijn bed zitten met een boek of Netflix. Of voor eten. Als ik ’s avonds uit eten ga, kan ik daar de hele dag naar uit kijken. Uiteraard pas nadat ik goed op gang ben gekomen. Wat dan weer een paar uur duurt.

Net als een kind wil ik de dag vol enthousiasme beginnen. Niet meer denken dat ik nog wil slapen, maar dat ik al op mag staan. In plaats van balen van de regen, blij zijn dat ik mijn paraplu kan gebruiken. Mijn kinderen kunnen me hierbij helpen. Ik hoef ze alleen maar na te doen. Maar nu nog even niet. Eerst wachten op de lente. Nu is het tijd voor een winterslaap. Dat is dan weer mijn passie.

Foto: Gloria Williams – Pixabay

Hatsjoe

Hatsjoe

Wat gebeurt er als je niest? Dan vliegt er snot uit je neus, in de vorm van kleine druppeltjes. Die vliegen in het rond en komen overal terecht. Dat vind ik vies. Wat ik eigenlijk nog viezer vind is in je handen niezen en ze daarna niet wassen. Dan heb je namelijk snot aan je handen. Net of je je neus snuit in je handen en het dan laat zitten. Het gekke is dat de meeste die kleine snotdeeltjes op hun handen geen probleem vinden.

Grappig, omdat we tegenwoordig veel vies vinden. Alles moet met hygiënische spray behandeld worden. Overal moeten wegwerpdoekjes voor gebruikt worden. Kinderen mogen niet in de vieze grond wroeten. We leven vaak te schoon waardoor onze weerstand omlaag gaat. Maar snot mag je overal aan smeren, zolang je het maar niet ziet. Als daar dan virussen in zitten heb je daar met die lage weerstand van tegenwoordig al gauw last van.

Ik leer Nora dat ze haar handen wast als ze geniesd heeft. Want ze houdt haar hand voor haar mond als ze hoest of niest. Of haar elleboog, zodat de handen schoon blijven. Dan zit alles op je kleding, eigenlijk ook niet fris. Als Nora niest zegt ze dat het hoesten was, want dan hoeft ze haar handen niet te wassen. Al vraag ik me af wat er allemaal naar buiten komt als je hoest. Maar te schoon was ook niet goed. Dus ik kies een soort middenweg.
Nu ben ik geen hypochonder en ik heb ook geen smetvrees, maar het idee dat jij met die snotdeeltjes aan mijn spullen zit maakt me niet echt blij. Als ik iemand zie niezen met hand ervoor en daarna niet zijn handen zie wassen, kan ik moeilijk vergeten dat diegene snot aan zijn handen heeft.

Niezen wordt veroorzaakt door prikkelende stoffen in je neus. Om je neus hiervan te reinigen geven ze een signaal af aan je hersenen. Die via een zenuw spieren in werking zetten en dan samentrekken in borstkas en longen en je laten niezen. Dan vliegen er zo’n 100.000 druppeltjes je neus uit. Hoppa, zo de ruimte in om je heen of lekker op je handen. Misschien wel vol met virussen. Dat hoeft niet per se, niezen kan namelijk ook een allergische reactie zijn. Daarmee komen nog steeds als die druppels op je hand of in de lucht terecht. Dat wilde ik even kwijt. Veel plezier met deze informatie.

 

Foto: Pexels

Sinterklaas bestaat nog steeds

Sinterklaas bestaat nog steeds

Sinterklaas bestaat niet. Best logisch eigenlijk. Het is toch raar dat zo’n man uit Spanje ieder jaar naar Nederland komt om cadeaus aan kinderen uit te delen. Als kind vond ik dat totaal niet gek. Ik twijfelde er geen moment aan, geloofde heilig en heb altijd geweldig van dit feest genoten.
Nu heb ik zelf kinderen om Sinterklaas mee te vieren. Dat zet alles in een heel ander daglicht. Hoe ga je om met deze leugen? Ik besloot vanaf het begin te vertellen hoe het zat. Er is geen man in Spanje die bepaalt of mijn kind lief genoeg is geweest. Mijn kind moet leren dat je niet lief bent om een cadeautje te krijgen. We vieren gewoon Sinterklaas met schoen zetten en pakjesavond, maar zonder te dreigen dat je niets krijgt als je stout bent.
Misschien wel nog belangrijker vond ik de onrust bij kinderen. Het wordt zo spannend gemaakt en overal kun je een cadeautje krijgen of je schoen zetten. Dat is vaak te overweldigend voor kinderen. Soms worden ze er zo gestrest van dat het voor niemand meer leuk is.

Vorig jaar kwam ik erachter dat het niet werkte om de waarheid te vertellen. Nora gelooft wat ze wil geloven. Toen we samen de doos met Sinterklaas-spullen uitpakten, zat er nog een rol inpakpapier in en de jutezak waar we op pakjesavond alle cadeaus in doen. Die legde ik rustig aan de kant en Nora had het niet eens door. Ze dook vol op de Pietenmutsen, Sinterklaasboeken en poppenkastpoppen. Als ze een twijfelaar geweest was zou ze vast vragen hebben gesteld.

Dit jaar merk ik dat geneigd ben mee te gaan in Nora’s fantasie. Om eerlijk te blijven zeg ik alleen dingen die kloppen, bijvoorbeeld ‘je krijgt een cadeautje in je schoen’, en niet ‘Sinterklaas doet een cadeautje in je schoen’. Zij denkt van wel, ik dacht vroeger dat het de Pieten waren. Dat hadden mijn ouders gezegd. Sinterklaas kon namelijk nooit alle huizen in zijn eentje af in een nacht.
De honderden vragen die ze nu stelt over Sinterklaas, zoals ‘Heeft hij een bril? Heeft hij kinderen? Zijn de Pieten zijn kinderen? Gaat hij ook zwemmen?’ beantwoord ik vaak met een wedervraag. ‘Wat denk jij?’ Maar daar werd ze boos om. ‘Ik weet het niet,’ jengelde ze. Oftewel, ik moest het haar vertellen. Dat deed ik niet, want dan moet ik liegen. Dus maakte ik me er met een vaag antwoord van af. Iets als ‘dat dacht ik vroeger wel’.
Ik kan er wel om lachen en ga er in mee zonder echte leugens te gebruiken. Want na deze Sinterklaas komen er waarschijnlijk nog maar drie waarin ze in dit sprookje gelooft. Aangezien ze dit helemaal zelf doet laat ik haar daarvan genieten. En ik geniet mee, want ik geloof eigenlijk ook nog een beetje in Sinterklaas. Ook al koop ik zelf de cadeautjes. Sommige dingen zijn gewoon te mooi om niet waar te zijn.

foto: Ylanite Koppens

De suikerzoete valkuil

De suikerzoete valkuil

Wie mij in de afgelopen zes jaar heeft leren kennen zal me waarschijnlijk niet geloven. Ik ben namelijk een echte anti-suikeractivist. Niet omdat het zo slecht is voor je tanden of de lijn, maar voor je gezondheid. De laatste jaren pas ik mijn theorieën over suiker alleen niet meer zo goed toe. Al sta ik er nog helemaal achter.
Ik merkte altijd dat als ik suiker at ik me minder fit voelde. Vaak dacht ik geraffineerde suiker echt nodig te hebben omdat mijn lichaam er zo vreselijk hard om vroeg. Ik wist nog niet dat je lichaam juist meer suiker vraagt door suiker te eten.
Ik probeerde geregeld minder te snoepen en keek vol bewondering naar de mensen die maar één koekje of chocolaatje konden nemen, in plaats van het hele pak leeg te eten. Maar het duurde nog een tijd voor ik zelf iets veranderde.

Bewust van voeding
Op mijn yogaopleiding leerde ik over voeding en al gauw gooide ik radicaal alle E-nummers uit mijn dieet.
Weg afvalstoffen. Zo viel ik in korte tijd drie kilo af. Toen wilde ik ook suikervrij gaan eten. Ik begon met 40 dagen suikervrij.
Met suiker bedoel ik dat witte spul dat je in je thee kunt doen en niet van nature in fruit voorkomende suikers. Mensen reageerden in mijn suikervrije periode weleens fel en vroegen me wat ik dan wel at. Alsof zij alleen maar koekjes en snoep eten. Of ze wilden weten hoeveel ik afgevallen was, maar daar deed ik het niet voor.
Mijn nieuwe dieet betekende natuurlijk geen snoep, koek of chocola, maar ook suikervrij brood, geen alcohol, geen kant-en-klaar soepen of sauzen.

Uit balans
Suiker gooit je bloedsuikerspiegel in rap tempo omhoog, maar daarna daalt die ook weer razendsnel. Dan wil je weer suiker wil of lijkt het of je honger hebt. Die schommelende bloedsuikerspiegel brengt je lichaam uit balans en maakt je moe. Om de suikers af te breken heeft het lichaam veel vitamines en mineralen nodig. Dus in plaats van jou te voeden worden ze gebruikt om suiker te verwerken. Suiker pakt zo je voedingsstoffen af.
Na mijn 40 dagen zonder suiker had ik niet eens meer zin in suiker. Omdat het weer mocht nam ik toch chocola, maar ik at meteen een hele reep op toen ik even niet oplette. Ik besloot alleen nog met speciale gelegenheden suiker te eten of alcohol te drinken. Goed besluit, want vervolgens werd ik een jaar lang niet ziek. Terwijl ik daarvoor chronisch verkouden was en vaak griep had.

Bleekselderij en taart
Kinderen worden vaak volgepropt met suiker omdat volwassenen ervan uitgaan dat ze het anders niet lusten. Waarom limonade aanbieden als ze ook thee of water kunnen drinken? Suiker zorgt alleen maar voor meer dorst. Ik was er bij Nora superstreng mee en hield suiker zoveel mogelijk bij haar weg. Op haar tweede verjaardag mocht ze voor het eerst een stukje taart van mij. Ze nam een hapje en stortte zich vervolgens op de bleekselderij die ook op tafel stond. Wat was ik toen blij. Al zou ze tegenwoordig wel het hele stuk opeten.

Weer een beetje verslaafd
Sinds Nora’s zwangerschap is mijn suikervrije levenswijze een beetje verdwenen. Ik had toen constant honger en veel zin in zoet. Na haar geboorte bleef dat. Ik denk door de borstvoeding. Toen ik daarmee stopte werd ik weer zwanger. Dus ik practise tegenwoordig niet helemaal wat ik preach. Maar ik denk nog steeds dat toegevoegde suiker en E-nummers niet goed voor je zijn. Om mijn kinderen een goede basis te geven houd ik dit zo veel mogelijk bij ze weg. Nu nog bij mezelf.

De zak

De zak

Afval houdt me laatste tijd flink bezig. Nu maakte ik weer iets geks mee met recyclen. Plastic wordt al een tijd apart ingezameld. Nu mogen ook blik en drankverpakkingen in dezelfde zak. Dat heette PMD; plastic, metaal en drankverpakkingen. Om het makkelijker te maken is die naam veranderd in PBD; plastic verpakkingen, blik en drinkpakken. Waarschijnlijk zijn drinkpakken hetzelfde als drankverpakkingen, maar een kniesoor die daar op let. En ik natuurlijk, de kritische taalgebruiker die niet van afkortingen houdt. Dus zeg ik gewoon plastic.

Wat ik zo grappig vind is dat er van het ingezamelde plastic zakken worden gemaakt om nog meer plastic in te zamelen. Dat klinkt een beetje als bezigheidstherapie, maar we moeten toch ergens heen met ons afval. Deze zakken kun je trouwens gratis ophalen bij de supermarkt.
Dat vergeet ik vaak. Daardoor had ik laatst echt niets meer en moest ik dringend zakken hebben. Voor mijn werk ook. Twee rollen dus. Maar bij de bewuste supermarkt waar ik was mocht dat niet. Eén rol per persoon. Mijn werk is geen persoon en niet in de winkel aanwezig. Dus kreeg ik maar een rol. Regels zijn regels. Want wat als je misbruikt maakt en extra veel gaat recyclen? Dat moeten we niet hebben.

Maar ik had echt twee rollen nodig. In een aanval van slimheid (gebeurt niet vaak) besloot ik een andere klant aan te spreken. Ik vroeg of zij een rol zakken voor me wilde vragen. Dat wilde ze wel. In 10 seconden was het gebeurd. Ik geholpen, milieu gered, caissière geïrriteerd. Sorry, maar mijn recycledrang is niet te stoppen. Anders krijg ik te veel restafval en die container zit hier in de straat vaak vol. Daar kreeg ik laatst al gedoe mee.

Wat mag er nou eigenlijk in die PBD-zak? Dat blijkt nog best ingewikkeld te zijn. Een handig hulpmiddel voor wat WEL bij de plastic verpakkingen, blik en drinkpakken hoort:

  • Is het een verpakking?
  • Is het leeg?
  • Komt het uit de keuken of badkamer?

Dan is het antwoord JA.
Al is deze richtlijn niet 100% betrouwbaar. Een chipszak komt uit de keuken en is een verpakking en bij mij al snel leeg. Maar door zijn glimmende binnenkant mag hij niet in de PBD-zak.
Tijd om minder afval te produceren. Ik ben er alleen nog niet uit hoe. Tot die tijd recycle ik zo goed mogelijk met of zonder gratis zakken.

De zak 2

De afvalcontainer

De afvalcontainer

Hier weer een kleine bekentenis van een doorgaans brave Hendrika. Ik doe ook wel eens iets wat niet mag. Zo, dat is eruit. Het ongelukkige is dat als ik dat doe ik er vaak keihard voor gestraft word. Ik ben braaf in het verkeer, scheid mijn afval, gooi nooit iets op straat enzovoorts. Misschien krijg ik een beetje straf voor het commentaar dat ik op anderen lever als zij het wel doen. Karma is niet lief, zeg maar. Je moet eigenlijk bitch zeggen in plaats van niet lief. Maar ik probeer ook zo min mogelijk te schelden, want ik heb kinderen, werk met kinderen en probeer daarom het goede voorbeeld te geven.
Dat lukt dus niet altijd. Ik heb mezelf de laatste jaren best goed gedragen als het gaat om vloeken en schelden. Al lukt dat in periodes van vermoeidheid en frustratie niet altijd. Zo, dat was weer een bekentenis.

Maar afval scheiden doe ik altijd heel trouw. En fanatiek. Ik ben ertoe in staat een theezakje, met touwtje en label netjes over drie verschillende bakken te verdelen. Ook heb ik wel eens een nietjes uit folders gehaald en een envelop helemaal ontmanteld zodat plastic, papier en lijm apart weggegooid konden worden. Maar laatst een keer niet. Ik vond het te veel moeite om zo’n dikke envelop uit elkaar te halen. Dus hij ging in de prullenbak.

Ik heb niet veel restafval, op de luiers na. BZC werpt nog te weinig vruchten af om over te gaan op wasbare luiers, vind ik. Dus maak ik af en toe ook een ritje naar de container hier in de straat voor het restafval. Die zat vol, dus afvalzak mee terug. Dat stinkt. De dag daarna zat hij weer vol, of nog. En kort daarna ook. Boos en scheldend liet ik de afvalzak naast de container staan. Ik vond dat ik mijn best had gedaan met theezakjes slopen enzo. Nu zochten ‘ze’ het maar uit. Dat deden ‘ze’ ook. ‘Ze’ doorzochten mijn vuilniszak. Die met de envelop die niet te scheiden viel en waar mijn naam en adres op stonden. De doorzoekers kwamen naar mijn huis. Ik kreeg een waarschuwing en de volgende keer een boete van meer dan 140 euro.

Zo ver laat ik het niet komen. Ik zal nooit meer iets stouts doen. Nou ja, geen afvalzak naast de container zetten. Anderen wel. Vorige week zat de container weer overvol en stond er een hele lading afval naast. Ik ben benieuwd of er waarschuwingen en boetes uitgedeeld zijn. Aan mij in ieder geval niet. Ik heb mijn lesje geleerd. Hopelijk ‘ze’ ook en legen ze de container wat vaker.

Communicerende baby

Communicerende baby

Ik moet even iets toelichten. Op mijn blogs over babyzindelijkheidscommunicatie (BZC) krijg ik veel reacties op het zindelijk worden. Het gedeelte van communicatie met je baby wordt over het hoofd gezien. Terwijl dat juist de essentie van BZC is. Waarschijnlijk benoem ik dat deel ook te veel, waardoor het verkeerd begrepen wordt. BZC is communiceren met je baby door middel van zindelijkheid. Ik heb dit niet zelf bedacht. Er zijn boeken over vol geschreven. In veel culturen is het zo normaal dat er niet eens een woord voor is.

Het gaat erom je baby goed te leren kennen en begrijpen. De mogelijke bijwerking is zindelijkheid. 

Het begint met je kind observeren. Met of zonder luier aan let je op wat je kind doet en welke signalen het geeft. De baby zelf weet waarschijnlijk niet eens dat hij dit doet. Maar jij gaat erop reageren en dan krijgt de baby het ook door. ‘Hé, als ik dit doe, doet mama dat.’ Dat gaat niet alleen over aangeven dat ze moeten poepen of plassen, maar ook over het aangeven dat ze honger hebben, moe zijn, iets willen pakken, pijn hebben. Noem maar op. Een baby huilt als communicatiemiddel, maar ze maken ook op andere manier duidelijk wat ze nodig hebben. Heel vaak beseffen we niet eens omdat we er al op reageren voor we erover na kunnen denken. Een spartelende baby op je arm zet je al op de grond om te spelen voor je bedacht hebt dat zoiets al een signaal was. Of je geeft melk als de baby begint te happen. Dat was communicatie zonder woorden.

BZC moet vooral leuk zijn.

Als het om de zindelijkheid gaat kun je hiervan de signalen leren lezen. Iets wat mij nog steeds slecht lukt. En je kunt je kind op gezette tijden op het potje zetten. Kort na de voeding plast een baby vaak. Dat is een goed moment om het te proberen. Daarna deed ik het vaak om het halfuur en dan om het uur.
Daarmee vingen we vaak plas en zelfs poep op. Het lukte ook heel vaak niet omdat ik soms met iets anders bezig ben of omdat we op pad zijn. Ik heb Katie ook weleens boven de bosjes gehouden of boven een toilet.

BZC is geen zindelijkheidstraining. Het is de een kindvolgend systeem waarbij je je kind beter aan leert te voelen. Het is vooral zachtaardig bedoeld. Begin vorige eeuw scheen dit ook vaak gedaan te worden, maar dan met dwang en straffen als het mis ging. Dit is bij BZC absoluut NIET de bedoeling. Er is ook geen doel dat je perse moet bereiken. Het gaat alleen maar om het contact met je kind en je kind goed leren kennen. Het is fijn als je je kind goed begrijpt en zo in kunt spelen op zijn behoeften. Dat is de reden waarom ik dit blijf doen. En ik vind het leuk en Katie volgens mij ook. Dat laatste is echt het belangrijkste.