Sinterklaas bestaat nog steeds

Sinterklaas bestaat nog steeds

Sinterklaas bestaat niet. Best logisch eigenlijk. Het is toch raar dat zo’n man uit Spanje ieder jaar naar Nederland komt om cadeaus aan kinderen uit te delen. Als kind vond ik dat totaal niet gek. Ik twijfelde er geen moment aan, geloofde heilig en heb altijd geweldig van dit feest genoten.
Nu heb ik zelf kinderen om Sinterklaas mee te vieren. Dat zet alles in een heel ander daglicht. Hoe ga je om met deze leugen? Ik besloot vanaf het begin te vertellen hoe het zat. Er is geen man in Spanje die bepaalt of mijn kind lief genoeg is geweest. Mijn kind moet leren dat je niet lief bent om een cadeautje te krijgen. We vieren gewoon Sinterklaas met schoen zetten en pakjesavond, maar zonder te dreigen dat je niets krijgt als je stout bent.
Misschien wel nog belangrijker vond ik de onrust bij kinderen. Het wordt zo spannend gemaakt en overal kun je een cadeautje krijgen of je schoen zetten. Dat is vaak te overweldigend voor kinderen. Soms worden ze er zo gestrest van dat het voor niemand meer leuk is.

Vorig jaar kwam ik erachter dat het niet werkte om de waarheid te vertellen. Nora gelooft wat ze wil geloven. Toen we samen de doos met Sinterklaas-spullen uitpakten, zat er nog een rol inpakpapier in en de jutezak waar we op pakjesavond alle cadeaus in doen. Die legde ik rustig aan de kant en Nora had het niet eens door. Ze dook vol op de Pietenmutsen, Sinterklaasboeken en poppenkastpoppen. Als ze een twijfelaar geweest was zou ze vast vragen hebben gesteld.

Dit jaar merk ik dat geneigd ben mee te gaan in Nora’s fantasie. Om eerlijk te blijven zeg ik alleen dingen die kloppen, bijvoorbeeld ‘je krijgt een cadeautje in je schoen’, en niet ‘Sinterklaas doet een cadeautje in je schoen’. Zij denkt van wel, ik dacht vroeger dat het de Pieten waren. Dat hadden mijn ouders gezegd. Sinterklaas kon namelijk nooit alle huizen in zijn eentje af in een nacht.
De honderden vragen die ze nu stelt over Sinterklaas, zoals ‘Heeft hij een bril? Heeft hij kinderen? Zijn de Pieten zijn kinderen? Gaat hij ook zwemmen?’ beantwoord ik vaak met een wedervraag. ‘Wat denk jij?’ Maar daar werd ze boos om. ‘Ik weet het niet,’ jengelde ze. Oftewel, ik moest het haar vertellen. Dat deed ik niet, want dan moet ik liegen. Dus maakte ik me er met een vaag antwoord van af. Iets als ‘dat dacht ik vroeger wel’.
Ik kan er wel om lachen en ga er in mee zonder echte leugens te gebruiken. Want na deze Sinterklaas komen er waarschijnlijk nog maar drie waarin ze in dit sprookje gelooft. Aangezien ze dit helemaal zelf doet laat ik haar daarvan genieten. En ik geniet mee, want ik geloof eigenlijk ook nog een beetje in Sinterklaas. Ook al koop ik zelf de cadeautjes. Sommige dingen zijn gewoon te mooi om niet waar te zijn.

foto: Ylanite Koppens