Communicerende baby

Communicerende baby

Ik moet even iets toelichten. Op mijn blogs over babyzindelijkheidscommunicatie (BZC) krijg ik veel reacties op het zindelijk worden. Het gedeelte van communicatie met je baby wordt over het hoofd gezien. Terwijl dat juist de essentie van BZC is. Waarschijnlijk benoem ik dat deel ook te veel, waardoor het verkeerd begrepen wordt. BZC is communiceren met je baby door middel van zindelijkheid. Ik heb dit niet zelf bedacht. Er zijn boeken over vol geschreven. In veel culturen is het zo normaal dat er niet eens een woord voor is.

Het gaat erom je baby goed te leren kennen en begrijpen. De mogelijke bijwerking is zindelijkheid. 

Het begint met je kind observeren. Met of zonder luier aan let je op wat je kind doet en welke signalen het geeft. De baby zelf weet waarschijnlijk niet eens dat hij dit doet. Maar jij gaat erop reageren en dan krijgt de baby het ook door. ‘Hé, als ik dit doe, doet mama dat.’ Dat gaat niet alleen over aangeven dat ze moeten poepen of plassen, maar ook over het aangeven dat ze honger hebben, moe zijn, iets willen pakken, pijn hebben. Noem maar op. Een baby huilt als communicatiemiddel, maar ze maken ook op andere manier duidelijk wat ze nodig hebben. Heel vaak beseffen we niet eens omdat we er al op reageren voor we erover na kunnen denken. Een spartelende baby op je arm zet je al op de grond om te spelen voor je bedacht hebt dat zoiets al een signaal was. Of je geeft melk als de baby begint te happen. Dat was communicatie zonder woorden.

BZC moet vooral leuk zijn.

Als het om de zindelijkheid gaat kun je hiervan de signalen leren lezen. Iets wat mij nog steeds slecht lukt. En je kunt je kind op gezette tijden op het potje zetten. Kort na de voeding plast een baby vaak. Dat is een goed moment om het te proberen. Daarna deed ik het vaak om het halfuur en dan om het uur.
Daarmee vingen we vaak plas en zelfs poep op. Het lukte ook heel vaak niet omdat ik soms met iets anders bezig ben of omdat we op pad zijn. Ik heb Katie ook weleens boven de bosjes gehouden of boven een toilet.

BZC is geen zindelijkheidstraining. Het is de een kindvolgend systeem waarbij je je kind beter aan leert te voelen. Het is vooral zachtaardig bedoeld. Begin vorige eeuw scheen dit ook vaak gedaan te worden, maar dan met dwang en straffen als het mis ging. Dit is bij BZC absoluut NIET de bedoeling. Er is ook geen doel dat je perse moet bereiken. Het gaat alleen maar om het contact met je kind en je kind goed leren kennen. Het is fijn als je je kind goed begrijpt en zo in kunt spelen op zijn behoeften. Dat is de reden waarom ik dit blijf doen. En ik vind het leuk en Katie volgens mij ook. Dat laatste is echt het belangrijkste.

Veilig oversteken

Veilig oversteken

Met kinderen deelnemen aan het verkeer vind ik altijd een beetje spannend. Ze vergeten veel eerder dan volwassenen dat je constant op moet letten. Ik ben geen controlfreak, maar ben liever te voorzichtig dan te laat. Te laat als in, dit ongeluk is al gebeurd. Kinderen die op de stoep lopen kunnen in hun spel of onnadenkendheid achteloos de weg op lopen.  Het is toch geweldig leuk om in die plas bij de goot te stappen. Of om op de stoeprand te lopen. Daar is een voorbijrijdende auto niet altijd op voorbereid.

Vanaf dat Nora kan lopen ben ik extra alert als we buiten lopen. Je denkt misschien dat je veilig op de stoep loopt, maar zij had niet altijd door dat je daar op moet blijven. Gelukkig vond ze het meestal zo interessant dat ze wel op de stoep bleef. Maar je weet het nooit zeker. Nu is ze net 4 en weet ze heel goed waarom je op de stoep moet blijven. Toch is dat geen garantie dat ze het ook doet. Niet omdat ze niet uitkijkt. Gewoon omdat ze het vergeet. Ook als je wel goed uitkijkt kan het misgaan. Waarschijnlijk herinnert Nora zich niet meer dat ze een keer bijna aangereden is. Maar bij mij staat het in mijn geheugen gegrift.  Toen kwam er opeens een wegpiraat de hoek om die nergens rekening mee hield. Ik kon haar nog op tijd aan de kant trekken.

Een kind van onder de 8 kan nog niet uit zijn ooghoeken kijken en ziet dus veel dingen over het hoofd. Daarom wordt aangeraden om kinderen jonger dan 8 niet alleen over straat te laten gaan.
Om haar daar vast op voor te bereiden benoem ik constant wat ik doe als we oversteken. Dat we moeten wachten en naar links, rechts en weer links moeten kijken. Voor haar de ene en de andere kant. Hopelijk leert ze zo hoe belangrijk dat is, zonder bang te worden.

20190511_164455
helm wilde ze perse op 🙂

Ik baal stiekem altijd als automobilisten ons voor laten zodat we kunnen oversteken terwijl we geen voorrang hebben. Dan leert ze dat er wel voor haar gestopt wordt. Ik heb liever heel zwart-wit dat we netjes moeten wachten. En pas oversteken als het kan.
En dan doorlopen en niet op de weg gaan treuzelen. Dat gebeurde laatst. Toen ging iets niet zoals ze wilde en bleef ze midden op de weg staan. In de verte kwamen twee oudere dames aanfietsen. Ik probeerde Nora mee te trekken om snel voor ze aan de kant te gaan. Dat kon prima, dacht ik. Maar ze reden veel harder dan ik dacht, omdat ze elektrische fietsen hadden. Moeilijk in te schatten voor mij, dus helemaal voor een kind. Al was mijn kind in dit geval niet eens met die fietsers bezig. De fietsers wel met ons, want ze werden boos dat ik niet aan de kant ging. Ik schreeuwde ze nog na ‘ja hallo, wij waren al aan het oversteken.’ Beetje primitieve reactie, maar ik had iets meer begrip verwacht. Misschien geef ik toch de voorkeur aan ten onrechte voorrang krijgen.