Jezus is een konijn

Jezus is een konijn

Ieder jaar met Pasen moet ik weer opzoeken hoe het ook alweer zit. Ik weet dat het over de kruisiging van Jezus gaat en dat de paashaas en de kuikentjes uit natuurgodsdiensten komen en niets met Jezus te maken hebben. Vanuit mijn beperkte kennis hierover probeer ik Nora uit te leggen wat Pasen is. Ze zit op een christelijke school de juffrouw had over Pasen verteld. Nora stak thuis een heel verhaal af over Jezus die een palmpaasoptocht ging lopen en daarna met de ogen open in bed ligt. Ik denk dat het haar weergave is van Jezus die het kruis moest dragen en weer opstond uit de dood. Midden in haar verhaal keek ze bedenkelijk naar de paashazen bij ons op de kast. Toen vroeg ze: “is Jezus een konijn?”

Ik legde haar uit dat het verhaal van Jezus en van de paashaas niets met elkaar te maken hebben. Inmiddels weet ik dat Goede Vrijdag de dag is dat Jezus gekruisigd werd. Hij stierf aan het kruis voor de zonden van de mens. Dat stukje begrijp ik zelf niet eens. Zijn lichaam werd begraven en was later verdwenen omdat hij uit de dood opgestaan was. Dat is ook onmogelijk om aan een kleuter uit te leggen.

Jezus is een konijn cocoparisienne Pixabay

Dood is sowieso onbegrijpelijk voor een kind. Net als het idee dat het onomkeerbaar is. Hoe kun je dan begrijpen dat Jezus wel weer “niet dood” werd? Het zal ongetwijfeld symbolisch zijn, maar ook daar heeft een jong kind geen boodschap aan.
Nora vindt het in ieder geval heel interessant. Na kerst had ze het ook nog een tijd over kindje Jezus. Volgens mij denkt ze ook nu nog dat Jezus een baby is. Haar zusje is afgelopen mei geboren en zij is nog steeds een baby. Dan zal Jezus die met kerst geboren is dat ook wel zijn. Ik heb het nog geprobeerd uit te leggen, maar daar was natuurlijk geen beginnen aan. Naar mijn idee heb ik alles voor haar leeftijd zo goed mogelijk uitgelegd.

Om alle stukjes van de puzzel op hun plek te krijgen blijft ze maar doorgaan over Pasen en alles wat daar in haar beleving bij hoort. Hoe het nou zit met Jezus en die haas is nog niet goed op zijn plek gevallen. Na een tijdje vraagt ze: “Toen kindje Jezus dood was, was hij toen een konijn?”
Tja, als je kunt opstaan uit de dood, waarom zou je dan niet van een konijn een mens kunnen worden? Ik vind het wel mooi hoe haar kinderfantasie twee verhalen door elkaar weeft. Later zal ze wel begrijpen hoe het echt zit. En dan mag zij het weer aan mij uitleggen.

 

Kippenpoot

Kippenpoot

Op de dansacademie kreeg ik het vak flamenco. Oftewel, Spaanse dans. Daarbij maakte je ritmes met je voeten. Een docent noemde dat een keer stampen, maar het heet voetenwerk. Onze flamenco-docent gaf de ritmes van het voetenwerk altijd heel mooi aan met allerlei geluiden. Allerlei kreten en tonggeklak die onmogelijk na te doen waren, maar geweldig hielpen om ingewikkelde ritmes in je lijf en uit je voeten te krijgen. Ze vertelde een keer over een ritme dat een van haar dansleerlingen maar niet onder de knie kreeg. Ze had al haar kreten en klanken gebruikt, nog steeds lukte het hem niet. Toen kwam ze tot een geniale vondst. Ze zong het riedeltje “hiepa, happa, kippenpoot.” Die kippenpoot zorgde ervoor dat het hem lukte. De klemtoon op de eerste lettergreep gaf inderdaad het juiste ritme aan.

Dit gebeurde ergens eind vorige eeuw. Zo’n 12 jaar later volgde ik Griekse les. Grieks is een taal die ook een bepaald ritme heeft en als je dat onder de knie hebt spreek je het heel gemakkelijk…volgens een Nederlander die al jaren in Griekenland woont. Volgens mij niet, al helpt het wel. Dat ritme is bijvoorbeeld belangrijk bij een vorm van de verleden tijd. Als je dat verkeerd uitspreekt weten ze niet of je een fout maakt terwijl je iets uit het verleden vertelt of dat je iets wat nog moet gebeuren vertelt. Dat je een fout maakt is in ieder geval wel duidelijk.

Kippenpoot Crisadan Pixabay
Foto: Crisadan via Pixabay

 

Toen we weer eens zaten te worstelen met de klemtoon van die werkwoorden (hoor jij in je hoofd nu ook klemtoon, in plaats van klemtoon?) kwam het verhaal van de kippenpoot weer in me op. In deze situatie kon de kippenpoot weer perfect dienst doen om het juiste ritme te vinden. Nu niet in het ritme van de dans, maar van de Griekse taal. Mijn Grieks is nog steeds verre van vloeiend, maar het ritme zit er nog in. Toen ik na een paar jaar pauze weer Griekse lessen ging volgen, kwam de worsteling met de klemtoon opnieuw voorbij.

Dolenthousiast vertelde ik het verhaal van de kippenpoot. Ik verwachtte een euforische reactie of anders minstens een zucht van verlichting vanwege deze geweldige tip. Wat ik niet verwachtte was: “dat zei de andere docent ook altijd.” Na de les hebben we het gevraagd waar zij de kippenpoot vandaan had. Die had ze van mij. Nu ruim 16 jaar na het oorspronkelijke kippenpootverhaal van de onbekende danser en nietsvermoedende flamenco-docent werkt het nog steeds perfect. Zo zie je maar hoe zinvol een opleiding aan de dansacademie is.