Koffertje met 5 gulden

Koffertje met 5 gulden

Soms onthoud je iets uit je kindertijd en besef je jaren later pas dat je het helemaal verkeerd begrepen had. Ik moet een jaar of acht geweest zijn toen mijn vader mij uitlegde hoe het in zijn werk ging als je op jezelf ging. Het was geen heel serieus gesprek, maar iets wat hij tussen neus en lippen door zei. Ik heb nogal een goed geheugen voor onzinnige details en heb het altijd onthouden. Ik nam zijn opmerking destijds heel serieus.
Een paar jaar voor ik echt op kamers ging vertelde ik mijn ouders wat mijn vader had gezegd en dat ik nu wel begreep dat hij toen een grap maakte. Hij had mij wijsgemaakt dat als ik later uit huis ging zij me een koffertje met vijf gulden mee zouden geven. Mijn vader verkondigde wel vaker allerlei onzin en vergat dat ook meteen weer. Maar ik niet.

20180322_101959

Dat ik zomaar vijf gulden kreeg maakte echt veel indruk op mij. Hoeveel op jezelf wonen kostte zei me namelijk nog niets. Toen ik mijn ouders bijna tien jaar later vertelde wat hij had gezegd kwamen ze niet meer bij. Ze geloofden me ook meteen. Het was een typische grap van mijn vader.
Ik was 18 toen ik op kamers ging om te studeren. Mijn ouders hebben dat betaald en dat heeft ze veel meer dan 5 gulden of zelfs euro gekost. Natuurlijk rekende ik niet meer op dat koffertje met vijf gulden toen ik op mezelf ging. Ik kreeg mijn hele studie van ze, dat vond ik al meer dan genoeg. Daarna heb ik ook nog een droger en wasmachine gekregen. Dus ik mag zeker niet klagen.
Maar toen ik als student na de eerste week op kamers in het weekend thuis kwam, kreeg ik nog iets extra’s. Mijn moeder had voor mij een klein koffertje gekocht en er vijf gulden in gedaan. In het koffertje zat ook nog een klein naai-setje. De vijf gulden en het naai-setje zijn op, maar het koffertje heb ik nog steeds. Iedere keer als ik het tegen kom moet ik aan het mooie verhaal erachter denken. Mijn vader is er al bijna tien jaar niet meer, maar we lachen nog vaak om zijn grap. En van die droger heb ik ook nog steeds plezier.

20180322_101934

Doe normaal

Doe normaal

Daar loop ik dan met mijn dwarse peuter door de supermarkt. Het is half 5 ’s avonds en niet de beste tijd voor een driejarige om boodschappen te doen, maar het kwam zo beter uit. Vanaf dat we uit de auto stapten begon het drama. ‘Jasje uit, laarzen uit, broek uit’ ‘Oké Nora, je mag je jas uit, maar pas in de winkel.’ Ze is nogal warm aangelegd en draagt zomer en winter korte mouwen en liever helemaal geen broek.
De jas was uit, toen werd het ‘in karretje zitten, in stoeltje zitten, eruit, mama dragen.’ Aangezien ik niet een peuter en een foetus tegelijkertijd kan dragen moest de peuter in het karretje. Zelf lopen was kennelijk geen optie op dat moment. Ik pakte de boodschappen en negeerde Nora zoveel mogelijk, want alles wat je aandacht geeft groeit. Met name het krijsen van een klein kind.
Blijven ademen dus en zorgen dat ik niks vergat. Ik bleef rustig, vanbuiten, totdat er een vrouw achter ons in de rij kwam staan. Zij begon ook een beetje te krijsen. ‘Jij moet naar bed.’ Uiteraard mevrouw, bedankt voor de tip, ging het sarcastisch door mijn hoofd.

Ze ging maar door en ook dat negeerde ik. Ik bleef met mijn rug naar haar toe staan en zij ging door. Ze had kennelijk door dat de krijsende peuter niet direct naar bed kon, dus koos ze een nieuwe leus. ‘Ik doe jou uitlachen.’ Neeeee! Lach wat je wil, lach mijn kind uit, lach mij uit, lach alle ouders uit die hun kind pas na 17u naar bed brengen. Maar, praat normaal.
Voor de geïnteresseerden: bij ‘doen’ komt nooit een ander werkwoord. Ik doe lachen, doe maar bemoeien, doe negeren = fout. De taalpurist in mij heeft het hier moeilijk mee.

Doe normaal Nederlands praten, wilde ik nog zeggen, maar dan leert Nora het ook verkeerd. Dus dat deed ik maar niet. Ik weet het, niet iedereen is een taalmens. Dus ik kan ermee leven dat die mevrouw een beetje onhandig praat. Maar wat ik echt erg vond is die opmerking over uitlachen. Daarmee geef je aan dat iemand zich druk moet maken om wat een ander van je vindt. Dat wil ik mijn kind niet leren. Ik wil haar leren dat zo krijsen niet kan en breng haar echt wel manieren bij. Maar ik hoop dat ze die toepast omdat ze merkt dat de wereld zo een stuk aangenamer is. Niet omdat ze bang is dat anderen iets van haar vinden.

We zijn ontzettend bezig met wat anderen van ons denken. Door je kind te leren dat het zich moet gedragen omdat anderen het anders uitlachen, leer je het zich te schamen en onzeker te worden. Dat vind ik vreselijk. Gelukkig kan het Nora totaal niet schelen wat anderen van haar vinden. Ook niet als ze zo’n peuteraanval heeft. Hopelijk houdt ze dat eerste en gaan de aanvallen over.

Ik wil niet dat mijn kind zich schaamt omdat anderen iets van haar vinden.  Bréne Brown schrijft in haar boek ‘De Kracht van Kwetsbaarheid’ hoe we ons schamen voor ontzettend onbelangrijke dingen en ons hele leven daardoor laten vergallen. Dat wordt ons al jong bijgebracht. Onder andere door opmerkingen als ‘iedereen kijkt naar je’ of ‘ga je schamen’.
Zou het niet veel mooier zijn als we onze kinderen leren fijn met anderen om te gaan en ze zelf laten ontdekken dat bepaald gedrag wel of niet werkt? Dan leren ze zichzelf en anderen te respecteren en zich niet met anderen te bemoeien. Ik doe het in ieder geval wel zo.