Gevaarlijk woord

Gevaarlijk woord

20200422_152746

Katie is bijna twee en is flink bezig met haar spraakontwikkeling. Een paar maanden geleden kwam ze met het woordje ‘ook’. Als ik iets heb, meestal iets eetbaars, wil zij het ook en zegt ze simpelweg ‘ook’. Mooi gekozen. Die kleine beseft dat er een verschil is tussen de andere persoon en zichzelf en wil het niet afpakken, maar wil het ook. Een soort samen delen, samen eten… Tenminste, dat maak ik ervan. Alsof een kind van die leeftijd al zo denkt.
Waarschijnlijk bedoelt ze gewoon dat ze iets wil en het niet uitmaakt of ze die van jou krijgt of een andere. Als ze het maar krijgt. Dit laatste lijkt me logischer.

20200422_152746

Taalkundig is dit een essentieel verschil. ‘Ook’ betekent dat het zowel voor de ander geldt als voor jou. Veel volwassenen hebben dat niet door. Dit kleine woord kan de betekenis van je zin volledig veranderen.
Wat is het verschil tussen deze voorbeelden?

Dan word ik boos. – Dan word ik ook boos.

Ik kan dat niet. – Ik kan dat ook niet.

Ik vind dat stom. – Ik vind dat ook stom.

De eerste zin zeg iets over jou. De tweede over jou en de ander. Het zegt iets wat misschien niet waar is.

Ook is dus een gevaarlijk woord. Het betrekt me ergens bij tegen mijn zin. Pas hiermee op. Eigenlijk bedoel je hier wat Katie ‘mij’ noemt. Dat is dreumes-taal voor ‘het is van mij’ of ‘ik wil het hebben’. Als ze die fase voorbij is, en dan nog wat meer fases, zal ik het haar uitleggen. Tot die tijd val ik jullie hiermee lastig. Ook dat nog.

 

 

 

 

20200422_152724

Vogelnest

Vogelnest

Opeens ligt de wereld stil. Alles is anders en het voelt onwerkelijk. Ik moest behoorlijk wennen aan deze situatie. Het ene moment word ik gillend gek, maar het volgende zie ik een heleboel voordelen. Het milieu is in ieder geval wel blij met deze lock-down. De lucht is stukken schoner, de aarde trilt minder en moeder aarde krijgt even rust.
Terwijl het leven van de mensen flink op zijn kop gezet wordt, gaat de natuur door zoals altijd. Het is lente en de vogels gedragen zich daar ook naar. Ze kwetteren en bouwen hun nesten. Ook in de boom achter ons huis. 1
Niet verder vertellen, maar het is mijn boom. Ook al staat hij op gemeentegrond en hoef ik er niet voor te zorgen. Anderen mogen er ook naar kijken en van genieten. Maar die boom is hier ooit, jaren voor dit huis gebouwd werd, speciaal voor mij geplant. Mijn boom maakt me rustig en laat me beseffen dat alles altijd verandert en dat dat niet erg is. Ieder seizoen is hij even mooi, met of zonder blad. Zelf toen hij vorig jaar vol zat met de eikenprocessierups was hij prachtig.
De boom gaat door met wat een boom hoort te doen. Of misschien juist niet hoeft te doen. De boom is gewoon. Of er nou een virus rondwaart of niet.
Helemaal in de top van de boom zit sinds kort een nest. Een groot, ruig en rommelig nest dat stevig genoeg lijkt om een vogelgezin te stichten en er zelfs gezellig uitziet. Af en toe zie ik een ekster komen of gaan. De ekster houdt geen anderhalve meter afstand van andere vogels, maakt zich geen geen zorgen over ziek worden en slaat geen extra wormen of takjes in. Hij doet gewoon wat hij anders ook had gedaan. De natuur gaat door, in haar eigen tempo, zonder doel of haast. En alles is goed.

                                                          Nature doesnt hurry,

                                                  Yet everything is accomplished

2

Poep

Poep

Onze kleine dreumes in inmiddels niet zo klein meer. Katie is over drie maanden al twee jaar en begint zich al als een echte peuter te gedragen. Krijsen als ze haar zin niet krijgt, zich op de grond gooien in het winkelcentrum en nee zeggen staat allemaal op het programma.
Ze begint ook meer te praten en weet zich goed duidelijk te maken. Nu alleen nog met onverstaanbare zinnen of losse woorden. Een van die woorden is poep. Het was niet helemaal duidelijk wat ze daar precies mee bedoelde. Dus vroeg ik of ze op het potje wilde. Ze zei ‘ja’. Dat woord staat gelukkig ook op haar repertoire. Al bedoelt ze dan niet altijd ja. Toch wil ze wel vaak op het potje zitten. Af en toe plast ze er ook op.

Vanaf onze vakantie afgelopen zomer wil ze niet meer op het potje. Ik deed toen al een jaar babyzindelijkheidscommunicatie (BZC) met haar. Ze heeft daarmee als baby heel vaak haar luier schoon gehouden. Niet omdat ik zo goed aanvoelde wanneer ze moest plassen, maar omdat ik haar kennelijk op de goede momenten boven het potje of de wc hield. Tot ze niet meer wilde. Dat was negen maanden geleden. Sindsdien heeft ze twee keer op het potje geplast en de laatste weken ook op de wc.
Het gekke is dat ze het niet fijn vindt. Als ze plast lijkt ze te schrikken en begint ze te jammeren. Twee weken geleden kwam ze zelfs al plassend en huilend van het potje af en plaste ze op de badmat verder. Ondertussen zat ik haar positief toe te juichen. “Ja, je plast. Goed zo! Tsss.” Dat tsss-geluid moet je vanaf het begin doen als je ze ziet plassen voor de herkenning. Daarna is ze dan wel weer blij. Alsof ze iets nieuws heeft geleerd.

Laatst liet ik haar zonder luier lopen omdat ze steeds poep zei. Ze zei ja toen ik vroeg of ze op het potje wilde, maar bleef kort zitten en probeerde haar broek op te trekken. Kennelijk voelt ze dat er iets uit moet, alleen weet ze niet precies wat ze ermee aan moet. Dan roept ze steeds poep en gaat naar het potje, doet niets en had ineens op de grond geplast. Dat vond ze niet fijn. Ze wil wel, maar mist een stukje van het proces. Of ze nou poep of plas bedoelt is ook niet helemaal duidelijk. Voor haar zelf waarschijnlijk ook niet. Poep betekent nu iets met het potje of de wc.

Ze heeft er in ieder geval veel interesse in. Ook in het handen wassen daarna. Net als haar grote zus komt ze daarna haar handen laten ruiken zodat je weet dat ze echt schoon zijn. Ik ben benieuwd hoe dit zich verder ontwikkelt. Ze is nu wel duidelijk aan het communiceren over haar zindelijkheid. Alleen een beetje onduidelijk.
Wel heel knap, vooral omdat ze zelf geen idee heeft wat er allemaal gebeurt. Ik vind het in ieder geval geweldig dat ze er mee bezig is. Of dat door de BZC komt weet ik niet. Misschien is er onbewust iets blijven hangen dat nu bij haar naar boven komt. Ik probeer zoveel mogelijk in te spelen op haar signalen en hoop dat zij het ook leuk vindt. Dat is namelijk het belangrijkste bij BZC.

foto: Alexas Fotos – Pixabay

Yoga bij griep

Yoga bij griep

De lente komt eraan en de zon schijnt weer vaker. Mensen bloeien op en voelen zich fitter. Maar na een winter met weinig daglicht en veel binnen zitten is je weerstand vaak laag. Ik hoor veel gesnotter en gehoest om me heen. Laatst was ik zelf ook even gevloerd. Mijn hele lichaam deed pijn en ik voelde me koortsig. Niks ernstigs, maar heel vervelend. Gelukkig kan yoga verlichting geven.

Bij griep en koorts moet je geen intensieve yogahoudingen doen. Misschien zelfs helemaal geen houdingen. Meditatie is wel heel goed om te doen. Dit kan gewoon in bed. Liggend of zittend en lekker onder je dekbed.

Liggend raakte ik zonder echt in slaap te vallen, verstrikt in allerlei koortsdromen. Slapen vind ik een geweldig medicijn, maar dat lukt niet met overal pijn. Dus deed ik het zittend. Eerst kort wat yogaoefeningen tegen de pijn. Alles zo lui mogelijk. Niet forceren, eigenlijk alleen een beetje rekken alsof je net wakker bent.

  • Voetzolen tegen elkaar en voorover hangen met je bovenlichaam.
  • Armen boven je hoofd strekken, handen vast en ver naar achter reiken.
  • Daarna opzij buigen
  • Met gestrekte benen naar je voeten reiken

Daarna ga je zitten en dat hoeft niet kaarsrecht. Je mag jezelf ondersteunen met kussens of tegen het hoofdeinde van je bed. Zorg wel dat je een beetje rechtop zit. Dan kan de energie in je lichaam beter stromen, kunnen afvalstoffen beter afgevoerd worden en is er meer ruimte voor je longen. Dat laatste is wel fijn als je verkouden bent en je neus en luchtwegen verstopt zitten.
Adem een keer diep in en uit (desnoods door je mond) en volg daarna je adem met je aandacht. Voel hoe je inademt en hoe je uitademt. Dit is het enige.

Misschien komen er wel allemaal frustraties naar boven over hoe je je voelt. Duw die niet weg, maar ga gewoon door met je adem volgen. Doe de oefening zo lang je wil. Hopelijk geeft het wat rust en komen je lichaam en geest weer in balans en ben jij snel weer fit. Als je moe wordt en wil slapen, mag dat. Goed uitrusten is belangrijk voor je herstel. Dit mag je natuurlijk ook allemaal doen als je niet ziek bent.

Bewerking van mijn blogpost op Yoga 4 Everybody

 

Deja yoga

Deja yoga

Vijf jaar geleden was ik uitgerekend van Nora. Ook op een maandag. Omdat ze nog even op zich liet wachten ging ik die dag naar zwangerschapsyoga. Ik heb die lessen echt gemist na de bevalling. Wat ik er zo fijn aan vond vertel ik op Yoga 4 Everybody in mijn blog.

Vanavond ga ik bij dezelfde yogadocent een yogales volgen. Na de geweldige zwangerschapsyogalessen kom ik nog graag af en toe bij haar terug. De lessen hebben me geholpen om me voor te bereiden op mijn bevalling, voor zover dat mogelijk is. Maar ze hebben me vooral tijdens de zwangerschap geholpen. Je blijft op een makkelijke manier in beweging, je krijgt de kans te ontspannen en je hebt aandacht voor je baby. Ik raad het iedere zwangere aan.

 

Oud geld

Oud geld

Nora wilde een horloge hebben. Niet om te leren klokkijken, maar gewoon omdat ze er nog geen had. Ze mocht er van mij voor sparen. Alleen moet ze dan wel geld hebben. Dus ging ik haar zakgeld geven. Eigenlijk is ze daar te jong voor omdat ze de waarde van de munten nog niet weet en geen idee heeft wat je met die munten kunt.
Omdat het gewoon leuk is om zakgeld te krijgen én te geven begon ik er toch mee. Ze krijgt 50 cent per week. Dat doet ze in haar eigen portemonnee. We tellen samen eerst hoeveel ze heeft. Zij telt het aantal munten en ik de waarde.
Toen mijn zusje hoorde dat ze ergens voor spaarde gaf ze Nora maar liefst twee euro. Dat was niet direct haar bedoeling. Ze gaf eerst 20 cent en toen Nora die twee euro munt zag wilde ze die ook wel. Dat mocht. Vooral omdat het zo grappig was hoe vastbesloten Nora die munt al aanpakte voor ze hem echt kreeg. Niet heel pedagogische verantwoord, maar dat mag soms best.

De volgende dag wilde ze die 2 euromunt niet meer. Het muntje van 20 cent was mooi glanzend en schoon. De 2 euromunt was vies en dof. Oud geld volgens Nora. Ik mocht het oude geld wel aan Katie geven. Die werd zo 2,20 rijker omdat ze ook een muntje van 20 had gekregen en Nora was 20 cent dichter bij het felbegeerde horloge. Het was dus heel duidelijk dat een vierjarige nog geen idee heeft van de waarde van geld.
De portemonnee raakte ondertussen aardig vol met munten van 50. Aangezien een munt van 2 euro minder plek inneemt dan vier munten van 50 cent werd het tijd om te wisselen. Als je de waarde van de munten niet weet is het lastig om er 4 af te staan en maar eentje terug te krijgen. Maar Nora vond het goed.
Met Sinterklaas kreeg ze een horloge, dus nu kan ze voor iets anders sparen. Toch wilde ze door sparen voor dat eerste horloge dat ze in de winkel had gezien. Dan kan die leuk bij die andere in de kast liggen die ook niet gedragen wordt. Maar zover is het nog niet. Er is weer geld uit de portemonnee verdwenen. Laatst mocht ze namelijk zelf iets kopen van haar eigen -nieuwe en glanzende- geld. Ze kocht een knuffel-sleutelhanger-knijpbeestgeval waar ze heel gek mee is. Er is nog geld over. Dat ligt nu lekker oud te worden, want het is nog steeds niet genoeg om dat tweede horloge mee te kopen.

foto: Moritz320 via Pixabay

Passie

Passie

Mijn dag begint bijna altijd met “mama, mama, mama, mama, mama….” Dit gaat net zolang door tot ik uit bed kom. Mijn kinderen zijn wakker en staan aan. Ik ben in gedachten nog bij mijn bed waar ik nog in had willen liggen en heb mijn aan-knop nog niet gevonden.
Dat enthousiasme waarmee kinderen wakker worden ben ik helemaal kwijt. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik het ooit heb gehad. Het lijkt me heerlijk. Niet denken aan hoe lang je nog had kunnen slapen, maar denken al alles wat je vandaag kunt doen.
Je kunt het passie noemen, maar ik heb een hekel aan dat woord. Passie klinkt overdreven. Alsof die passie het enige is wat je in je leven wil en de rest er niet toe doet. Ik kan beter uit de voeten met het woord enthousiasme. Dat klinkt net wat genuanceerder en overzichtelijker. Je wordt niet meegesleept, maar wel blij. Een dikke 8 in plaats van een 10. Ook prima. Maar blijf vooral passie zeggen als je daar enthousiast over bent.

Het klinkt ernstiger dan het is, maar ik ben waarschijnlijk ergens mijn enthousiasme om aan de dag te beginnen kwijt geraakt. Passie is al helemaal een ver van mijn bed show. Al heb ik wel een passie voor slapen. Of voor lekker in mijn bed zitten met een boek of Netflix. Of voor eten. Als ik ’s avonds uit eten ga, kan ik daar de hele dag naar uit kijken. Uiteraard pas nadat ik goed op gang ben gekomen. Wat dan weer een paar uur duurt.

Net als een kind wil ik de dag vol enthousiasme beginnen. Niet meer denken dat ik nog wil slapen, maar dat ik al op mag staan. In plaats van balen van de regen, blij zijn dat ik mijn paraplu kan gebruiken. Mijn kinderen kunnen me hierbij helpen. Ik hoef ze alleen maar na te doen. Maar nu nog even niet. Eerst wachten op de lente. Nu is het tijd voor een winterslaap. Dat is dan weer mijn passie.

Foto: Gloria Williams – Pixabay

Kerstverhaal

Kerstverhaal

Lang geleden werd er een kindje geboren in een stal. Dit is op zich al heel bijzonder, maar het kind was voorbestemd een heel speciaal leven te leiden. Na jaren van onderdrukking door verschillende volken kregen de joden eindelijk een nieuwe koning om hen te verlossen. Hij zou Jezus heten, wat ‘God redt’ betekent. Zijn komst was een paar honderd jaar eerder al aangekondigd en nu was het dan eindelijk zover.

Zijn vader Jozef had hem niet zelf verwekt en zijn moeder Maria eigenlijk ook niet. Aartsengel Gabriël vertelde Maria dat ze een kind krijgt dat niet van haar man was. Het was het kind van God, maar Jozef mocht de zorg op zich nemen en voor de rekeningen opdraaien. Jezus had dus twee vaders. Het eerste co-ouderschap was geboren. Volgens mij verliep dat prima. Iets waar we tegenwoordig nog veel van kunnen leren.

De timing van zijn geboorte was niet ideaal. Keizer Augustus had een volkstelling georganiseerd. Hij wilde weleens weten wie er in al zijn veroverde land woonden. Omdat er nog geen burgerservicenummers waren had hij geen overzicht meer en stuurde hij iedereen terug naar hun geboorteplaats. Voor Jozef was dat Bethlehem. Die had Maria meegenomen omdat hij haar niet alleen wilde laten in haar hoogzwangere toestand.

Helaas waren zij niet de enigen die naar Bethlehem terugkeerden. Het was daar nog drukker dan op de woonboulevard op tweede kerstdag en iedere herberg zat volgepropt. Er was nog wel plek in een stal, want de schapen waren op het land met hun herders. Ideaal was deze accommodatie niet, maar waarschijnlijk beviel het niet heel slecht. Jezus kwam daar zonder complicaties of medicatie gezond en wel ter wereld.

Ondertussen waren er wijze mannen op zoek naar deze nieuwe koning. In hun tijd zagen mensen astrologie nog als wetenschap en werd er geen moment getwijfeld aan de betekenis van de nieuwe ster die opeens aan de hemel stond. Voor hen was het een logisch gegeven dat de ster aangaf dat er een koningskind geboren was. Dus sprongen ze op hun kamelen en volgden de weg die de ster hun wees. Kennelijk verloren ze af en toe het signaal van hun navigatie, want ze hobbelden rechtstreeks naar het koninklijk paleis. Als ze nou op de tekenen van de hemellichamen hadden vertrouwd, in plaats van op hun verstand waren ze meteen goed gegaan. Maar ze dachten dat een koningskind in een paleis zou wonen. Begrijpelijk, maar soms kun je beter de signalen van het universum volgen in plaats van je verstand.

In dat paleis was geen baby te bekennen. Wel een chagrijnige koning die bang was van de troon gestoten te worden. Toen koning Herodes van de wijzen hoorde dat er een nieuwe koning geboren was maakte hij misbruik van zijn macht en gaf het bevel alle jongetjes onder de twee jaar te vermoorden. Alsof dit niks voorstelt walsen we in het verhaal over dit verschrikkelijke gegeven heen en gaan verder op zoek naar het koningskind. Nu volgen de wijzen wel de juiste route en komen ze bij de stal waar baby Jezus in een voederbakje ligt te slapen.

Zo kregen Maria en Jozef drie onbekenden op kraambezoek. Moeder en kind hadden misschien wel even rust willen hebben, maar het bezoek bracht wel geweldige kraamcadeaus mee. Goud, dat is eigenlijk gewoon geld, wierook, niet van Xenos maar net zoals ze in de kerken offerden en mirre, wat alleen de rijken konden betalen en geneeskrachtige eigenschappen bezit. Altijd handig zo na een stalbevalling.

Een engel sprak tot schapenherders in het veld en moedigde hen ook aan om op kraambezoek te gaan. Dan konden zij het gewone volk laten weten dat Jezus geboren was en hadden ze meteen een verzetje. Dus het werd een drukke bende daar in die stal. Hoe zou Maria zich hebben gevoeld? Veel tijd om daarover na te denken had ze niet, want ze moesten na die volkstelling ook nog op de vlucht slaan voor het leger van Herodes. Anders zou ook Jezus een van zijn vele slachtoffers worden. Gelukkig redde God Hem van de verschrikkelijke kindermoord. Hij redde helaas niet de onschuldige jongetjes die op brute wijze vermoord werden. God had in de tien geboden al geleerd dat opzettelijk moord niets goed doet. Waarschijnlijk had het daarom geen prioriteit om hier iets aan te doen. Hij moest halsoverkop Jezus in veiligheid brengen. Dat is gelukt. Over de jongetjes hoorden we niets meer. Die worden alleen nog herdacht in de katholieke kerk op 28 december, op de dag van de Onschuldige Kinderen.

Het verhaal van Jezus begon hier pas en is nooit geëindigd. Daarom vieren we nu nog ieder jaar zijn geboorte. Zelf had ik ook op 25 december geboren moeten worden. Misschien voelde ik al in de buik dat het niet de handigste verjaardag zou zijn. Daarom bleef ik nog even zitten.
Om het toch nog een persoonlijk tintje te geven, ben ik met een man getrouwd die vernoemd is naar Jezus Christus. Iedere Grieks-Orthodoxe Christos of Christina viert op 25 december zijn of haar naamdag. Dus als je er eentje kent mag je ze op eerste kerstdag ‘chronia polla’ ρόνια πολλά) wensen. Vele jaren betekent het. Ik wens iedereen, gelovig of niet, fijne feestdagen.

Kerstverhaal - Gerd Altmann Pixabay
Foto: Gerd Altmann Pixabay

Hatsjoe

Hatsjoe

Wat gebeurt er als je niest? Dan vliegt er snot uit je neus, in de vorm van kleine druppeltjes. Die vliegen in het rond en komen overal terecht. Dat vind ik vies. Wat ik eigenlijk nog viezer vind is in je handen niezen en ze daarna niet wassen. Dan heb je namelijk snot aan je handen. Net of je je neus snuit in je handen en het dan laat zitten. Het gekke is dat de meeste die kleine snotdeeltjes op hun handen geen probleem vinden.

Grappig, omdat we tegenwoordig veel vies vinden. Alles moet met hygiënische spray behandeld worden. Overal moeten wegwerpdoekjes voor gebruikt worden. Kinderen mogen niet in de vieze grond wroeten. We leven vaak te schoon waardoor onze weerstand omlaag gaat. Maar snot mag je overal aan smeren, zolang je het maar niet ziet. Als daar dan virussen in zitten heb je daar met die lage weerstand van tegenwoordig al gauw last van.

Ik leer Nora dat ze haar handen wast als ze geniesd heeft. Want ze houdt haar hand voor haar mond als ze hoest of niest. Of haar elleboog, zodat de handen schoon blijven. Dan zit alles op je kleding, eigenlijk ook niet fris. Als Nora niest zegt ze dat het hoesten was, want dan hoeft ze haar handen niet te wassen. Al vraag ik me af wat er allemaal naar buiten komt als je hoest. Maar te schoon was ook niet goed. Dus ik kies een soort middenweg.
Nu ben ik geen hypochonder en ik heb ook geen smetvrees, maar het idee dat jij met die snotdeeltjes aan mijn spullen zit maakt me niet echt blij. Als ik iemand zie niezen met hand ervoor en daarna niet zijn handen zie wassen, kan ik moeilijk vergeten dat diegene snot aan zijn handen heeft.

Niezen wordt veroorzaakt door prikkelende stoffen in je neus. Om je neus hiervan te reinigen geven ze een signaal af aan je hersenen. Die via een zenuw spieren in werking zetten en dan samentrekken in borstkas en longen en je laten niezen. Dan vliegen er zo’n 100.000 druppeltjes je neus uit. Hoppa, zo de ruimte in om je heen of lekker op je handen. Misschien wel vol met virussen. Dat hoeft niet per se, niezen kan namelijk ook een allergische reactie zijn. Daarmee komen nog steeds als die druppels op je hand of in de lucht terecht. Dat wilde ik even kwijt. Veel plezier met deze informatie.

 

Foto: Pexels

Advent

Advent

Ieder jaar koop ik een adventskalender met chocola erin. Ik weet dat advent de periode voor kerst is, maar hoe het precies zit moest ik opzoeken. Op school staken we in de vier weken voor kerst iedere maandag een kaars aan. Iedere week kwam er eentje bij. Dus als er vier aangestoken werden werd het die week kerst. Meer wist ik niet.
Gelukkig wist het internet het wel. Dat vertelde mij dat het Latijnse woord adventus ‘komst’ betekent. Advent is de aanloopperiode naar kerst, dus de geboorte van Jezus, en de te verwachten wederkomst van Jezus. Kerstmis is het feest van het licht, want Jezus was de brenger van licht in de duisternis. Omdat we iedere week dichter bij dit feest komen komt er meer licht. Daarom ook een kaars meer.

Advent begint altijd op een zondag tussen 27 november en 3 december en eindigt op kerstavond. Het duurt daarom niet ieder jaar even lang. In de bijbel is geen directe aanleiding te vinden voor advent. Vermoedelijk werd in de vierde eeuw na Christus voor het eerst advent gevierd.
Nu wordt het nog steeds gevierd. Met het aansteken van de kaarsen en in kerken wordt het ‘groeilied’ gezongen, waar iedere zondag een couplet aan toegevoegd wordt.
Er zijn adventkalenders waarbij je iedere dag een vakje mag openen, maar ik kwam er ook achter dat er adventshuisjes bestaan waarbij iedere zondag een deurtje open gaat en op kerstavond het kerstkind tevoorschijn komt. Dat laat veel meer de religieuze achtergrond zien.

Voor mij waren de advents-ster en adventskrans helemaal nieuw. Ik dacht altijd dat die advents-ster een kerstster was, maar deze zilverkleurige ster symboliseert het licht in de duisternis. Misschien mag deze ster een dubbelrol vervullen en met kerst de ster zijn die de wijzen naar de stal leidde waar Jezus geboren was.
Ook van een adventskrans had ik nog nooit gehoord. Mensen werden vroeger gekroond of onderscheiden met kransen. De dennenkrans om de adventskaarsen symboliseert het koningschap van Jezus.

De adventstraditie wil ik mijn kinderen ook meegeven. Daarvoor heb ik om te beginnen adventskalenders met laatjes. Die kun je ieder jaar opnieuw vullen. Volgens mij weet Nora nog niet echt wie Jezus is en God is al helemaal ingewikkeld. Ik had het op haar leeftijd over de Beregod. Zo noemden ze Hem op school, dacht ik. Dat bleek Here God te zijn, maar als vierjarige kon ik me daar totaal geen beeld van vormen. Hij was een niet zichtbaar iets of iemand en zijn zoon was een echt mens. Te ingewikkeld. Met Pasen (link) snapte Nora ook niets van de wederopstanding van Jezus.

Dus het zal hier voorlopig nog vooral om de interessante inhoud van de adventskalender gaan. Maar nu weet ik wel wat advent is. Dat is weer mooi meegenomen. Je bent nooit te oud om te leren. Ook niet om een adventskalender te hebben. Die staat al op me te wachten en bij ieder chocolaatje weet ik nu welke betekenis er achter zit.

Foto: Matthias Boeckel