Goed

Goed

Een hele tijd geleden riep ik enthousiast op Facebook ‘Waar wil jij graag over lezen?’ Daar zou ik een blog over schrijven. Het mocht over yoga gaan, maar ook over andere dingen. Een verzoek was het onderwerp ademhaling. Adem is de basis voor alle yogaoefeningen en natuurlijk voor het leven zelf. Genoeg over te schrijven. Kijk maar.

Maar het volgende verzoek vond ik een stukje lastiger. ‘Hoe goed we het hebben in ons kleine landje’. We hebben het zeker goed in Nederland. Kijk maar naar de ellende in de wereld en je weet genoeg. Gek genoeg ben ik als geboren optimist toch geneigd naar die ellende te kijken en te vergeten wat er allemaal goed is. Ik roep vaak dat je moet kijken naar wat je allemaal wel hebt in plaats van wat je allemaal niet hebt. Maar om dat ook daadwerkelijk te doen is een tweede. Laat ik daar nu eens mee beginnen.
Wij hebben het goed, want we hebben:

  • Overal supermarkten met een ruim assortiment
  • Onderwijs voor iedereen
  • Goede wegen en bewegwijzering
  • Meer dan genoeg boeken om te lezen
  • Vrijheid van meningsuiting
  • Zorgverzekering voor iedereen
  • Toeslagen voor mensen met een laag inkomen
  • Veel restaurants en cafés met lekker eten
  • Prachtige natuur en altijd dichtbij omdat Nederland zo klein is
  • Steeds meer yogascholen
  • Bijna allemaal een eigen fiets, auto of scooter
  • Huizen met douche en wc
  • Wasmachines, vaatwassers en veel andere apparaten die ons leven makkelijker maken
  • Sociale zekerheid
  • Zwembaden en zwemles
  • Musea en bibliotheken
  • Sportverenigingen en balletscholen
  • Binnenspeeltuinen
  • Buitenspeeltuinen
  • Pretparken
  • Afvalcontainers in iedere straat
  • Sauna’s

En nog veel meer. Wie vult me aan?

20181105_124308

Advertenties

Zindelijke baby

Zindelijke baby

Toen Nora 9 maanden oud was las ik voor het eerst over BZC, de afkorting voor babyzindelijkheidscommunicatie. Het ging over een meisje van nog geen twee dat helemaal zindelijk was. Op dat moment was ik totaal nog niet bezig met zindelijkheid, maar mijn interesse was gewekt. Schijnbaar worden baby’s zindelijk geboren en leren wij het ze af door luiers te gebruiken.
Baby’s geven onbewust signalen dat ze moeten poepen en plassen, zoals spartelen, kreunen, rood aanlopen, huilen of onrustig worden. Wij kunnen daar op reageren door ze boven een potje te houden zodat ze daar hun behoefte kunnen doen. Zo leren ze bewust aan te geven dat ze moeten plassen of poepen. Als je daarop reageert kun je de baby helpen zindelijk te blijven.

In veel culturen is dit heel normaal. Er is daar dan ook geen woord voor wat hier BZC wordt genoemd. Vaak dragen de moeders daar hun kind bij zich en voelen daardoor aan wanneer de kleintjes hun behoefte moeten doen.
In het artikel stond hoe je dit principe hier kunt toepassen. Het begint met je kind observeren en zo de signalen ontdekken die ze geven als ze moeten plassen of poepen. Als je ziet dat je kind plast zeg je ‘tsss’. Dan gaat het de link leggen met het plassen. Je kunt ook zelf een geluid verzinnen. Het gaat bij BZC namelijk om de communicatie tussen jou en je kind. Zindelijkheid is daar eventueel een mooie bijkomstigheid van.

20180925_115513

Ik besloot het meteen te proberen met negen maanden oude Nora. Vooral in de hoop dat ze snel zindelijk werd, maar ook omdat ik er nieuwsgierig naar was. Ze begreep best snel dat ‘tsss’ met plassen te maken had, maar het interesseerde haar voor geen meter. BZC schijnt nog prima te kunnen vanaf 9 maanden, maar bij Nora lukte het niet. Het beste kun je beginnen voor de baby zichzelf kan verplaatsen. Dus het hoeft niet eens meteen vanaf de geboorte. Toch besloot ik het bij nummer 2 direct te proberen.
Zodra Katie en ik thuis waren uit het ziekenhuis begon ik. Ze vond het vreselijk en huilde keihard als ik haar op het potje zette. Toch bleef ik het af en toe proberen. Met 9 weken lukte het opeens om een plasje op te vangen. Later die dag lukte het weer en de volgende dag zelfs vijf keer.
Het lukte vooral omdat ik haar geregeld op het potje zetten. Niet omdat ik haar signalen zo goed herkende. Soms bleef de luier een hele dag schoon en soms verschoonde ik net zoveel als zonder BZC. Na 11 dagen poepte ze zelfs op het potje. Het hoeft trouwens niet perse een potje te zijn. Je kunt je kind ook boven het toilet of de wastafel houden. Als je ze maar goed ondersteunt.

Bijvoorbeeld door ze met hun rug tegen jouw buik te laten leunen.IMG-20181007-WA0005Ik doe dit nu ruim 10 weken en vind het echt leuk. Ik ben heel blij iedere keer als het lukt en baal weleens als ik net haar signalen gemist heb. Soms lukt het ook niet om er rekening mee te houden als je op pad bent of druk met andere dingen. ’s Nachts doe ik het sowieso niet.
Ik hoop dat ik Katies signalen beter leer herkennen en dat ze over een tijdje zelf met een gebaar aan kan geven dat ze naar het potje moet. Het maakt niet uit of het lukt. Ik merk wel dat ik door deze methode beter let op wat ze voor signalen ze overal voor geeft. Zo leer ik haar beter kennen. Ik ga er mee door zonder verwachtingen en vooral omdat ik het leuk vind.

Zusje

Zusje

We hebben een zusje gekregen! Nora eigenlijk, Christos en ik hadden al een zusje. Wij hebben een dochter gekregen: Katie Sofia. Ze werd 3 dagen te vroeg geboren op 30 mei 2018.
Vanwege langdurig gebroken vliezen moesten we even in het ziekenhuis blijven, maar verder was alles goed. Oké, op wat onenigheid over de naam na. Maar daar hebben we het niet meer over. Of misschien in een ander blog nog een keer.
Nora had het er heel moeilijk mee dat ik drie nachten van huis was. Toen we weer thuis waren zei ze steeds ‘ik ben heel blij dat mijn zusje terug is’. En ook, ‘mama ziekenhuis niet leuk niet’. Ze had mij én haar nog niet geboren zusje gemist.

20180620_185326 Nora was vanaf het begin dol op Katie. Ze wilde haar de hele tijd vasthouden en kusjes geven en was geen seconde jaloers. Jammer genoeg ontdekte ze na twee maanden dat je niet jaloers hoeft te zijn om je zusje te slaan. Dus ze test regelmatig wat er gebeurt als ze Katie slaat.
Uiteraard altijd als ik net even niet kijk. Zit ik op de wc en hoor ik opeens dramatisch gekrijs. Nog net niet met mijn broek op mijn enkels ren ik er dan naartoe. ‘Wat heb jij gedaan?’ Nora is namelijk overduidelijk schuldig. Je zou haar blik moeten zien. ‘Niks,’ zegt ze dan. ‘Waarom huilt Katie dan?’ ‘Omdat ze naar bed wil.’ Ze weet donders goed dat Katie huilt door wat ze deed. Ze weet ook echt wel dat het niet mag, maar kan het af en toe niet laten. Meestal als ik weer uit beeld ben hoor ik haar ‘sorry, Katie’ zeggen. Dat valt dan weer mee. Het zijn twee lieve zusjes die gek zijn op elkaar.

Dat het een zusje zou worden geloofde ik eerst niet. Jaren voor ik zwanger werd van Nora was ik er al van overtuigd dat ik ooit  een meisje zou krijgen. Dat klopte. Nu was ik er heilig van overtuigd dat ik een jongen zou krijgen. Ik wilde ook graag een jongen. Niet omdat een meisje me niet goed beviel. Juist wel, maar nu was ik benieuwd naar dat andere. Ik heb altijd al vrouwen om me heen en kom zelf uit een gezin met twee meisjes. Hoogste tijd voor variatie.
Toen we hoorden dat we weer een meisje kregen was ik vooral heel verbaasd. Ik geef eerlijk toe dat ik zelfs een beetje teleurgesteld was. Dat vond ik best verwend van mezelf. Krijg je te horen dat je een kerngezond kind krijgt, ben je niet tevreden met het geslacht. Ik voelde me best een beetje schuldig.

20180622_135754

Al gauw veranderde dat. Ik begon uit te zien naar weer een meisje, een zusje voor Nora en ook de kleertjes hergebruiken. Waarom had ik ooit een jongen gewild? Wat ben ik blij dat ze er nu is. Zelfs Christos die er iets langer over deed om daar blij mee te zijn is nu oprecht blij. Hij vindt het helemaal goed zo met twee meiden. Ik denk nog weleens stiekem na over een derde, maar dan zou het ook leuk zijn als dat weer een meisje is. Wij zouden nu in ieder geval niet teleurgesteld zijn. Maar Nora waarschijnlijk wel. Zij vraagt sinds kort namelijk om een broertje. Niet in plaats van Katie, maar erbij.

 

Iets té sociale media

Iets té sociale media

Nog even en dan wordt ons tweede kindje geboren. Hopelijk wordt het een mooie kennismaking met onze nieuwe dochter en voor Nora met haar zusje. We zien hier heel erg naar uit en willen dit uiteraard met iedereen delen. Maar wel in ons eigen tempo. Dus sowieso pas als we terug zijn uit het ziekenhuis en zelf familie en vrienden op de hoogte gesteld hebben. Oftewel, niet zoals de vorige keer. Toen had ik nog niet iedereen bereikt en stond mijn Facebook-tijdlijn vol felicitaties. Heel raar. We hadden zelf namelijk nog niks op social media gedeeld.

GeboorteNoraFacebook

Nou ben ik best wel gek op social media, maar het moet niet té sociaal zijn. Iedereen mag zelf bepalen wat hij er over zijn leven kwijt wil. Dus als er niets gedeeld is over persoonlijke gebeurtenissen, moet een ander dat niet voor jou gaan doen. Vind ik.
Als ik allerlei felicitaties of condoleanceberichten zie, ga ik daar niet op reageren. Ik kijk eerst of degene voor wie die berichten zijn zelf iets heeft geplaatst. Zoals een tijd geleden bij een foto van iemands vader. Daar stond alleen maar ‘dag, pap’. Daaronder allemaal condoleances, maar voor hetzelfde geld was de beste man vertrokken op wereldreis. Dat was helaas niet zo. Toen ik een persoonlijk bericht stuurde bleek hij inderdaad overleden te zijn. Viel ook wel een beetje te verwachten, maar ik houd niet zo van conclusies trekken.

Wat wel gebeurde toen iedereen op elkaars felicitaties op mijn Facebook-tijdlijn reageerde na de geboorte van Nora. Iets te sociale Facebookers trokken de conclusie dat de baby er al was, zonder een bericht van ons hierover te zien. Op een persoon na die zo slim was om het even na te vragen. ‘Ik zie niets, maar is er een baby?’ vroeg hij. Ik heb geantwoord dat hij het goed gezien had én dat wij nog niks hadden aangekondigd, maar dat er inderdaad een baby is.

BabyFacebookEn

De dag na Nora’s geboorte had ik iedereen bereikt. Toch fijn om zelf aan mensen te vertellen dat je een kind hebt gekregen in plaats van dat ze het van Facebook horen. Helaas is dat in een geval mis gegaan. Niet het einde van de wereld, wel een beetje jammer. Inmiddels heb ik mijn profiel dichtgezet voor reacties van buitenaf. Dus hopelijk valt het deze keer mee. Al maak ik me er niet te druk om. Het belangrijkst voor mij is dat alles goed gaat met ons gezin in de echte wereld. Wat er online gebeurt is leuk, maar uiteindelijk slechts bijzaak.

Koffertje met 5 gulden

Koffertje met 5 gulden

Soms onthoud je iets uit je kindertijd en besef je jaren later pas dat je het helemaal verkeerd begrepen had. Ik moet een jaar of acht geweest zijn toen mijn vader mij uitlegde hoe het in zijn werk ging als je op jezelf ging. Het was geen heel serieus gesprek, maar iets wat hij tussen neus en lippen door zei. Ik heb nogal een goed geheugen voor onzinnige details en heb het altijd onthouden. Ik nam zijn opmerking destijds heel serieus.
Een paar jaar voor ik echt op kamers ging vertelde ik mijn ouders wat mijn vader had gezegd en dat ik nu wel begreep dat hij toen een grap maakte. Hij had mij wijsgemaakt dat als ik later uit huis ging zij me een koffertje met vijf gulden mee zouden geven. Mijn vader verkondigde wel vaker allerlei onzin en vergat dat ook meteen weer. Maar ik niet.

20180322_101959

Dat ik zomaar vijf gulden kreeg maakte echt veel indruk op mij. Hoeveel op jezelf wonen kostte zei me namelijk nog niets. Toen ik mijn ouders bijna tien jaar later vertelde wat hij had gezegd kwamen ze niet meer bij. Ze geloofden me ook meteen. Het was een typische grap van mijn vader.
Ik was 18 toen ik op kamers ging om te studeren. Mijn ouders hebben dat betaald en dat heeft ze veel meer dan 5 gulden of zelfs euro gekost. Natuurlijk rekende ik niet meer op dat koffertje met vijf gulden toen ik op mezelf ging. Ik kreeg mijn hele studie van ze, dat vond ik al meer dan genoeg. Daarna heb ik ook nog een droger en wasmachine gekregen. Dus ik mag zeker niet klagen.
Maar toen ik als student na de eerste week op kamers in het weekend thuis kwam, kreeg ik nog iets extra’s. Mijn moeder had voor mij een klein koffertje gekocht en er vijf gulden in gedaan. In het koffertje zat ook nog een klein naai-setje. De vijf gulden en het naai-setje zijn op, maar het koffertje heb ik nog steeds. Iedere keer als ik het tegen kom moet ik aan het mooie verhaal erachter denken. Mijn vader is er al bijna tien jaar niet meer, maar we lachen nog vaak om zijn grap. En van die droger heb ik ook nog steeds plezier.

20180322_101934

Doe normaal

Doe normaal

Daar loop ik dan met mijn dwarse peuter door de supermarkt. Het is half 5 ’s avonds en niet de beste tijd voor een driejarige om boodschappen te doen, maar het kwam zo beter uit. Vanaf dat we uit de auto stapten begon het drama. ‘Jasje uit, laarzen uit, broek uit’ ‘Oké Nora, je mag je jas uit, maar pas in de winkel.’ Ze is nogal warm aangelegd en draagt zomer en winter korte mouwen en liever helemaal geen broek.
De jas was uit, toen werd het ‘in karretje zitten, in stoeltje zitten, eruit, mama dragen.’ Aangezien ik niet een peuter en een foetus tegelijkertijd kan dragen moest de peuter in het karretje. Zelf lopen was kennelijk geen optie op dat moment. Ik pakte de boodschappen en negeerde Nora zoveel mogelijk, want alles wat je aandacht geeft groeit. Met name het krijsen van een klein kind.
Blijven ademen dus en zorgen dat ik niks vergat. Ik bleef rustig, vanbuiten, totdat er een vrouw achter ons in de rij kwam staan. Zij begon ook een beetje te krijsen. ‘Jij moet naar bed.’ Uiteraard mevrouw, bedankt voor de tip, ging het sarcastisch door mijn hoofd.

Ze ging maar door en ook dat negeerde ik. Ik bleef met mijn rug naar haar toe staan en zij ging door. Ze had kennelijk door dat de krijsende peuter niet direct naar bed kon, dus koos ze een nieuwe leus. ‘Ik doe jou uitlachen.’ Neeeee! Lach wat je wil, lach mijn kind uit, lach mij uit, lach alle ouders uit die hun kind pas na 17u naar bed brengen. Maar, praat normaal.
Voor de geïnteresseerden: bij ‘doen’ komt nooit een ander werkwoord. Ik doe lachen, doe maar bemoeien, doe negeren = fout. De taalpurist in mij heeft het hier moeilijk mee.

Doe normaal Nederlands praten, wilde ik nog zeggen, maar dan leert Nora het ook verkeerd. Dus dat deed ik maar niet. Ik weet het, niet iedereen is een taalmens. Dus ik kan ermee leven dat die mevrouw een beetje onhandig praat. Maar wat ik echt erg vond is die opmerking over uitlachen. Daarmee geef je aan dat iemand zich druk moet maken om wat een ander van je vindt. Dat wil ik mijn kind niet leren. Ik wil haar leren dat zo krijsen niet kan en breng haar echt wel manieren bij. Maar ik hoop dat ze die toepast omdat ze merkt dat de wereld zo een stuk aangenamer is. Niet omdat ze bang is dat anderen iets van haar vinden.

We zijn ontzettend bezig met wat anderen van ons denken. Door je kind te leren dat het zich moet gedragen omdat anderen het anders uitlachen, leer je het zich te schamen en onzeker te worden. Dat vind ik vreselijk. Gelukkig kan het Nora totaal niet schelen wat anderen van haar vinden. Ook niet als ze zo’n peuteraanval heeft. Hopelijk houdt ze dat eerste en gaan de aanvallen over.

Ik wil niet dat mijn kind zich schaamt omdat anderen iets van haar vinden.  Bréne Brown schrijft in haar boek ‘De Kracht van Kwetsbaarheid’ hoe we ons schamen voor ontzettend onbelangrijke dingen en ons hele leven daardoor laten vergallen. Dat wordt ons al jong bijgebracht. Onder andere door opmerkingen als ‘iedereen kijkt naar je’ of ‘ga je schamen’.
Zou het niet veel mooier zijn als we onze kinderen leren fijn met anderen om te gaan en ze zelf laten ontdekken dat bepaald gedrag wel of niet werkt? Dan leren ze zichzelf en anderen te respecteren en zich niet met anderen te bemoeien. Ik doe het in ieder geval wel zo.

Sinterklaas voor gevorderden

Sinterklaas voor gevorderden

Zaterdag is het weer zover. De beste Sint komt weer naar Nederland. Niet de enige echte, want jullie weten waarschijnlijk wel dat Sinterklaas niet bestaat. Hij heeft wel ooit bestaan en had knechten die slaven waren of zwart van de schoorsteen. Iets wat nu veel stof doet opwaaien, maar waar ik me niet mee bemoei.
Van kleins af aan ben ik gek op de sinterklaas-traditie. De spanning van nog zoveel nachtjes slapen, bedenken wat je wilde hebben, alle pepernoten en chocoladeletters, of je wel of geen cadeautjes zou krijgen en vooral het heerlijk avondje.
Ik twijfelde ieder jaar of ik wel cadeautjes kreeg. Want zoals ieder kind, was ik best wel eens stout. Maar kennelijk was ik niet stout genoeg om niks te krijgen. Ik kreeg zelfs best veel en dan ook nog wat ik graag wilde hebben. Dat vond ik heel bijzonder. Sinterklaas was goed op de hoogte van mijn wensen.
Waar ik niet aan twijfelde was het bestaan van Sinterklaas. Mijn zusje vertelde me kort geleden dat we in het winkelcentrum twee verschillende Sinterklazen tegen kwamen. Ik herinner me dat heel vaag. Het zat echt diep weggestopt, maar zij stelde destijds allemaal vragen over hoe dat nou kon. Haar geloof was nooit heel sterk en begon door dit soort toevalligheden steeds meer te wankelen.
Ze vond het ook raar dat iemand zoveel geld had en iedereen van cadeaus wist te voorzien. Ik dacht daar geen moment over na. Iedere zondagochtend lag er iets in mijn schoen. Dat door het dichte raam, dat niet vanbuiten af te openen was, er precies goed in gemikt was. Iedere pakjesavond werd er geklopt en gebonsd en met onze ouderwetse trekbel gerinkeld en stond er een zak vol cadeautjes voor de deur. Niets om het bestaan van Sinterklaas in twijfel te trekken. Ik geloofde echt en ik wilde ook geloven.
IMG-20161112-WA0007
Op een avond vlak voor het sinterklaas-geweld weer los zou barsten, vertelde mijn vader ons even tussen neus en lippen door dat Sinterklaas niet bestond. Iets waar mijn moeder tot op de dag van vandaag nog boos over is, maar waar ik  verder niets aan over heb gehouden. Ik was vooral in shock omdat iets wat ik mijn heel mijn ziel en zaligheid geloofde niet waar was. Dat heeft me wel aan het denken gezet. Wat zou er dan nog meer niet waar zijn?
Een vriendin van mij heeft er bewust voor gekozen om haar kinderen te vertellen dat Sinterklaas niet bestaat. Zij gelooft in God en haar kinderen ook en ze wil niet dat zij daaraan gaan twijfelen omdat hun ouders hun jarenlang iets voorgehouden hebben wat niet waar blijkt te zijn. Ze vieren Sinterklaas net als anderen, maar met minder stress over straf van pieten en wel of geen cadeautjes krijgen.
Ik vind daar wel wat voor te zeggen en heb besloten hetzelfde te doen. Ik vertel Nora de geschiedenis van Sinterklaas en we zetten onze schoen, we vieren pakjesavond en eten pepernoten. Ook gaan we naar de intocht en zingen we sinterklaas-liedjes. Maar ik vertel niets wat niet waar is.

20161112_141713

Hier heb ik eerst nog over getwijfeld. Want pak ik haar zo niet iets af? Als ze op dit gebied net zo onschuldig is als ik gelooft ze toch wel. Ook als ze de waarheid weet. Lijkt ze meer op haar tante, dan is ze sowieso vrij snel van haar geloof af.
Wel vertel ik haar dat andere kinderen iets anders geloven en dat ze dat zo moet laten. Zo kan iedereen op zijn eigen manier van dit feest genieten. Het enige probleem is dat ik zelf nog steeds een beetje in Sinterklaas geloof. Maar het meest geloof ik nog dat Sinterklaas vieren iets leuks moet zijn en dat iedereen daarbij een beetje rekening met elkaar moet houden.