De schoonmoeder-ademhaling

De schoonmoeder-ademhaling

Bij zwangerschapsyoga leerde ik de diepe buikademhaling te gebruiken als techniek om beter om te gaan met pijn. Handig als je aan het bevallen bent, dat kan namelijk best een beetje pijnlijk zijn. Maar je kunt de techniek ook in lastige of spannende situaties toepassen. Bijvoorbeeld bij een sollicitatie of een gesprek waar je tegenop ziet. Of zoals onze docent zei: “bij de tandarts of bij een lastige schoonmoeder”. Ik ben deze ademhaling daarom de schoonmoeder-ademhaling gaan noemen. Voor de grap, want bij mijn schoonmoeder heb ik hem niet nodig.

Pijn verlichten
Er zijn genoeg andere situaties waarin ik hem wel nodig heb. Bijvoorbeeld als ik weer eens met een gillende kleuter op pad ben of op drukke plekken. Maar ik gebruik de schoonmoeder-ademhaling vaker bij fysieke pijn. Niet dat het alle pijn laat verdwijnen. Het verlicht pijn een beetje en soms helemaal niet.
Vorige week nog bij de kapper, waar ik mijn haar uitgebreid liet föhnen. Dat heb ik wel vaker laten doen, maar het heeft nog nooit pijn gedaan. Volgens de kapper moest je pijn lijden om mooi te zijn. Al denk ik zelf dat het ook een tandje minder kan. De hete lucht brandde op mijn hoofd en gaf me het gevoel dat ik koorts had. Op sommige momenten dacht ik zelfs dat ik liever zou bevallen dan deze behandeling ondergaan. Ook trok de kapper soms zo hard dat ik niet anders kon dan mijn nek in een rare bocht mee bewegen.

Diep ademen
Gelukkig dacht ik aan de schoonmoederademhaling. Diep en langzaam in- en uitademen. De aandacht weghalen van de pijn en richten op mijn buik. Het hielp een beetje. De gedachte aan vergankelijkheid hielp ook een beetje. ‘Ook dit gaat voorbij’. Zoals alles in het leven is het maar een moment. Maar ik moet zeggen dat mijn haar na afloop prachtig zat. Langer dan een moment zelfs. Een week later zat het nog steeds mooi.
Ik laat het vast nog wel een keer föhnen, maar als het pijn doet onderbreek ik de behandeling. Fijn dat er technieken zijn om minder pijn te ervaren. Al hoef je de pijn natuurlijk niet op te zoeken. Het was wel weer een mooie ervaring van yoga in het dagelijks leven. Zo zie je dat je yoga niet alleen op de yogamat doet.

Yoga bij de kapper

Dit is een kopie van mijn blogpost ‘Yoga bij de kapper’ op mijn website yoga4everybodyinarnhem.nl

https://www.yoga4everybodyinarnhem.nl/apps/blog/show/46814804-yoga-bij-de-kapper

Communicerende baby

Communicerende baby

Ik moet even iets toelichten. Op mijn blogs over babyzindelijkheidscommunicatie (BZC) krijg ik veel reacties op het zindelijk worden. Het gedeelte van communicatie met je baby wordt over het hoofd gezien. Terwijl dat juist de essentie van BZC is. Waarschijnlijk benoem ik dat deel ook te veel, waardoor het verkeerd begrepen wordt. BZC is communiceren met je baby door middel van zindelijkheid. Ik heb dit niet zelf bedacht. Er zijn boeken over vol geschreven. In veel culturen is het zo normaal dat er niet eens een woord voor is.

Het gaat erom je baby goed te leren kennen en begrijpen. De mogelijke bijwerking is zindelijkheid. 

Het begint met je kind observeren. Met of zonder luier aan let je op wat je kind doet en welke signalen het geeft. De baby zelf weet waarschijnlijk niet eens dat hij dit doet. Maar jij gaat erop reageren en dan krijgt de baby het ook door. ‘Hé, als ik dit doe, doet mama dat.’ Dat gaat niet alleen over aangeven dat ze moeten poepen of plassen, maar ook over het aangeven dat ze honger hebben, moe zijn, iets willen pakken, pijn hebben. Noem maar op. Een baby huilt als communicatiemiddel, maar ze maken ook op andere manier duidelijk wat ze nodig hebben. Heel vaak beseffen we niet eens omdat we er al op reageren voor we erover na kunnen denken. Een spartelende baby op je arm zet je al op de grond om te spelen voor je bedacht hebt dat zoiets al een signaal was. Of je geeft melk als de baby begint te happen. Dat was communicatie zonder woorden.

BZC moet vooral leuk zijn.

Als het om de zindelijkheid gaat kun je hiervan de signalen leren lezen. Iets wat mij nog steeds slecht lukt. En je kunt je kind op gezette tijden op het potje zetten. Kort na de voeding plast een baby vaak. Dat is een goed moment om het te proberen. Daarna deed ik het vaak om het halfuur en dan om het uur.
Daarmee vingen we vaak plas en zelfs poep op. Het lukte ook heel vaak niet omdat ik soms met iets anders bezig ben of omdat we op pad zijn. Ik heb Katie ook weleens boven de bosjes gehouden of boven een toilet.

BZC is geen zindelijkheidstraining. Het is de een kindvolgend systeem waarbij je je kind beter aan leert te voelen. Het is vooral zachtaardig bedoeld. Begin vorige eeuw scheen dit ook vaak gedaan te worden, maar dan met dwang en straffen als het mis ging. Dit is bij BZC absoluut NIET de bedoeling. Er is ook geen doel dat je perse moet bereiken. Het gaat alleen maar om het contact met je kind en je kind goed leren kennen. Het is fijn als je je kind goed begrijpt en zo in kunt spelen op zijn behoeften. Dat is de reden waarom ik dit blijf doen. En ik vind het leuk en Katie volgens mij ook. Dat laatste is echt het belangrijkste.

Veilig oversteken

Veilig oversteken

Met kinderen deelnemen aan het verkeer vind ik altijd een beetje spannend. Ze vergeten veel eerder dan volwassenen dat je constant op moet letten. Ik ben geen controlfreak, maar ben liever te voorzichtig dan te laat. Te laat als in, dit ongeluk is al gebeurd. Kinderen die op de stoep lopen kunnen in hun spel of onnadenkendheid achteloos de weg op lopen.  Het is toch geweldig leuk om in die plas bij de goot te stappen. Of om op de stoeprand te lopen. Daar is een voorbijrijdende auto niet altijd op voorbereid.

Vanaf dat Nora kan lopen ben ik extra alert als we buiten lopen. Je denkt misschien dat je veilig op de stoep loopt, maar zij had niet altijd door dat je daar op moet blijven. Gelukkig vond ze het meestal zo interessant dat ze wel op de stoep bleef. Maar je weet het nooit zeker. Nu is ze net 4 en weet ze heel goed waarom je op de stoep moet blijven. Toch is dat geen garantie dat ze het ook doet. Niet omdat ze niet uitkijkt. Gewoon omdat ze het vergeet. Ook als je wel goed uitkijkt kan het misgaan. Waarschijnlijk herinnert Nora zich niet meer dat ze een keer bijna aangereden is. Maar bij mij staat het in mijn geheugen gegrift.  Toen kwam er opeens een wegpiraat de hoek om die nergens rekening mee hield. Ik kon haar nog op tijd aan de kant trekken.

Een kind van onder de 8 kan nog niet uit zijn ooghoeken kijken en ziet dus veel dingen over het hoofd. Daarom wordt aangeraden om kinderen jonger dan 8 niet alleen over straat te laten gaan.
Om haar daar vast op voor te bereiden benoem ik constant wat ik doe als we oversteken. Dat we moeten wachten en naar links, rechts en weer links moeten kijken. Voor haar de ene en de andere kant. Hopelijk leert ze zo hoe belangrijk dat is, zonder bang te worden.

20190511_164455
helm wilde ze perse op 🙂

Ik baal stiekem altijd als automobilisten ons voor laten zodat we kunnen oversteken terwijl we geen voorrang hebben. Dan leert ze dat er wel voor haar gestopt wordt. Ik heb liever heel zwart-wit dat we netjes moeten wachten. En pas oversteken als het kan.
En dan doorlopen en niet op de weg gaan treuzelen. Dat gebeurde laatst. Toen ging iets niet zoals ze wilde en bleef ze midden op de weg staan. In de verte kwamen twee oudere dames aanfietsen. Ik probeerde Nora mee te trekken om snel voor ze aan de kant te gaan. Dat kon prima, dacht ik. Maar ze reden veel harder dan ik dacht, omdat ze elektrische fietsen hadden. Moeilijk in te schatten voor mij, dus helemaal voor een kind. Al was mijn kind in dit geval niet eens met die fietsers bezig. De fietsers wel met ons, want ze werden boos dat ik niet aan de kant ging. Ik schreeuwde ze nog na ‘ja hallo, wij waren al aan het oversteken.’ Beetje primitieve reactie, maar ik had iets meer begrip verwacht. Misschien geef ik toch de voorkeur aan ten onrechte voorrang krijgen.

 

Jezus is een konijn

Jezus is een konijn

Ieder jaar met Pasen moet ik weer opzoeken hoe het ook alweer zit. Ik weet dat het over de kruisiging van Jezus gaat en dat de paashaas en de kuikentjes uit natuurgodsdiensten komen en niets met Jezus te maken hebben. Vanuit mijn beperkte kennis hierover probeer ik Nora uit te leggen wat Pasen is. Ze zit op een christelijke school de juffrouw had over Pasen verteld. Nora stak thuis een heel verhaal af over Jezus die een palmpaasoptocht ging lopen en daarna met de ogen open in bed ligt. Ik denk dat het haar weergave is van Jezus die het kruis moest dragen en weer opstond uit de dood. Midden in haar verhaal keek ze bedenkelijk naar de paashazen bij ons op de kast. Toen vroeg ze: “is Jezus een konijn?”

Ik legde haar uit dat het verhaal van Jezus en van de paashaas niets met elkaar te maken hebben. Inmiddels weet ik dat Goede Vrijdag de dag is dat Jezus gekruisigd werd. Hij stierf aan het kruis voor de zonden van de mens. Dat stukje begrijp ik zelf niet eens. Zijn lichaam werd begraven en was later verdwenen omdat hij uit de dood opgestaan was. Dat is ook onmogelijk om aan een kleuter uit te leggen.

Jezus is een konijn cocoparisienne Pixabay

Dood is sowieso onbegrijpelijk voor een kind. Net als het idee dat het onomkeerbaar is. Hoe kun je dan begrijpen dat Jezus wel weer “niet dood” werd? Het zal ongetwijfeld symbolisch zijn, maar ook daar heeft een jong kind geen boodschap aan.
Nora vindt het in ieder geval heel interessant. Na kerst had ze het ook nog een tijd over kindje Jezus. Volgens mij denkt ze ook nu nog dat Jezus een baby is. Haar zusje is afgelopen mei geboren en zij is nog steeds een baby. Dan zal Jezus die met kerst geboren is dat ook wel zijn. Ik heb het nog geprobeerd uit te leggen, maar daar was natuurlijk geen beginnen aan. Naar mijn idee heb ik alles voor haar leeftijd zo goed mogelijk uitgelegd.

Om alle stukjes van de puzzel op hun plek te krijgen blijft ze maar doorgaan over Pasen en alles wat daar in haar beleving bij hoort. Hoe het nou zit met Jezus en die haas is nog niet goed op zijn plek gevallen. Na een tijdje vraagt ze: “Toen kindje Jezus dood was, was hij toen een konijn?”
Tja, als je kunt opstaan uit de dood, waarom zou je dan niet van een konijn een mens kunnen worden? Ik vind het wel mooi hoe haar kinderfantasie twee verhalen door elkaar weeft. Later zal ze wel begrijpen hoe het echt zit. En dan mag zij het weer aan mij uitleggen.

 

Kippenpoot

Kippenpoot

Op de dansacademie kreeg ik het vak flamenco. Oftewel, Spaanse dans. Daarbij maakte je ritmes met je voeten. Een docent noemde dat een keer stampen, maar het heet voetenwerk. Onze flamenco-docent gaf de ritmes van het voetenwerk altijd heel mooi aan met allerlei geluiden. Allerlei kreten en tonggeklak die onmogelijk na te doen waren, maar geweldig hielpen om ingewikkelde ritmes in je lijf en uit je voeten te krijgen. Ze vertelde een keer over een ritme dat een van haar dansleerlingen maar niet onder de knie kreeg. Ze had al haar kreten en klanken gebruikt, nog steeds lukte het hem niet. Toen kwam ze tot een geniale vondst. Ze zong het riedeltje “hiepa, happa, kippenpoot.” Die kippenpoot zorgde ervoor dat het hem lukte. De klemtoon op de eerste lettergreep gaf inderdaad het juiste ritme aan.

Dit gebeurde ergens eind vorige eeuw. Zo’n 12 jaar later volgde ik Griekse les. Grieks is een taal die ook een bepaald ritme heeft en als je dat onder de knie hebt spreek je het heel gemakkelijk…volgens een Nederlander die al jaren in Griekenland woont. Volgens mij niet, al helpt het wel. Dat ritme is bijvoorbeeld belangrijk bij een vorm van de verleden tijd. Als je dat verkeerd uitspreekt weten ze niet of je een fout maakt terwijl je iets uit het verleden vertelt of dat je iets wat nog moet gebeuren vertelt. Dat je een fout maakt is in ieder geval wel duidelijk.

Kippenpoot Crisadan Pixabay
Foto: Crisadan via Pixabay

 

Toen we weer eens zaten te worstelen met de klemtoon van die werkwoorden (hoor jij in je hoofd nu ook klemtoon, in plaats van klemtoon?) kwam het verhaal van de kippenpoot weer in me op. In deze situatie kon de kippenpoot weer perfect dienst doen om het juiste ritme te vinden. Nu niet in het ritme van de dans, maar van de Griekse taal. Mijn Grieks is nog steeds verre van vloeiend, maar het ritme zit er nog in. Toen ik na een paar jaar pauze weer Griekse lessen ging volgen, kwam de worsteling met de klemtoon opnieuw voorbij.

Dolenthousiast vertelde ik het verhaal van de kippenpoot. Ik verwachtte een euforische reactie of anders minstens een zucht van verlichting vanwege deze geweldige tip. Wat ik niet verwachtte was: “dat zei de andere docent ook altijd.” Na de les hebben we het gevraagd waar zij de kippenpoot vandaan had. Die had ze van mij. Nu ruim 16 jaar na het oorspronkelijke kippenpootverhaal van de onbekende danser en nietsvermoedende flamenco-docent werkt het nog steeds perfect. Zo zie je maar hoe zinvol een opleiding aan de dansacademie is.

Potjesperikelen

Potjesperikelen

Zindelijk worden is vaak een hele klus. Eigenlijk een overbodige klus, want baby’s schijnen al zindelijk te zijn als ze geboren worden. Dit leren wij ze af door luiers aan te doen. Maar door je baby zo vroeg mogelijk op het potje te zetten, kun je de zindelijkheid behouden.
Ik was razend enthousiast toen ik dit hoorde. Bij Katie begon ik er al een week na de geboorte mee. Na 9 weken ving ik de eerste keer een plasje op. Ik zette haar op vaste momenten op het potje en leek er zelfs een ritme in te ontdekken. Er volgden weken waarin ze dagelijks plaste en ook poepte op het potje. Soms bleef zo de hele dag haar luier schoon.
Ik kon alleen niet goed haar signalen ontdekken die ze gaf als ze moest plassen of poepen. Dit doen baby’s onbewust en door ze te leren kennen en er op te reageren worden ze zich er bewust van en kunnen ze zelf aangeven wanneer ze moeten. De meeste baby’s die het doorhebben -of eigenlijk doorhebben dat jij het door hebt- doen dit graag. Baby’s hebben graag een schone luier.
Helaas heb ik het niet door. Ik dacht eerst dat spartelen een teken was. Maar Katie spartelt bijna de hele tijd. Daardoor zet ik haar vaak voor niets op het potje. Vervolgens kreeg ze last van doorkomende tandjes. Wat ik voor plassignalen aanzag. En ze werd een paar keer verkouden en kreeg zelfs een keer koorts. Toen kon ik haar signalen helemaal niet lezen.
Misschien ging het in het begin wel beter omdat het toen zomer was. Dan plassen baby’s minder. Gelukkig doet de natuur haar werk en zorgt ervoor dat mijn baby goed gevoed en gehydrateerd blijft en dus genoeg plast.

Jammer genoeg zijn er sinds het gekwakkel minder zindelijke dagen. Een paar dagen lukte het helemaal niet en had ik er niet zoveel zin meer in. Nu plast ze heel vaak net nadat ik haar op het potje heb gezet. Net alsof ze liever in haar luier plast. Al geloof ik dat niet. Welke baby heeft er nu graag een vieze luier?
Toch heb ik het nog niet opgegeven. Met 8 maanden ging onze babyzindelijkheidscommunicatie heel moeizaam en dat werkte niet heel motiverend. Katie is nu bijna 10 maanden en weet nog steeds dat het potje bedoeld is om op te plassen of poepen. Dus als ik het blijf proberen onthoudt ze dat hopelijk. Wie weet kan ze over een tijdje zelf met een gebaar of geluid aangeven dat ze moet plassen. Ik vind het nog steeds de moeite waard en ga er voorlopig nog mee door. Katie lijkt het ook allemaal prima te vinden. En dat is het belangrijkste.

De ijsberg

De ijsberg

Heb je weleens een foto gezien van een ijsberg? Niet het gedeelte dat boven het water uitkomt, maar de hele ijsberg. Onder het water zit namelijk de echte ijsberg. Wat wij aanzien voor ijsberg is letterlijk het puntje van die ijsberg.
Ik zag voor het eerst zo’n foto tijdens een training over omgaan met lastig gedrag. Het zichtbare deel van de ijsberg staat voor hoe de ander zich gedraagt. Het niet zichtbare deel voor de emoties, gedachten, ervaringen en voorgeschiedenis van deze persoon.
Oftewel, de redenen waarom iemand zich zo gedraagt. Dit is de ijsbergtheorie.
Het is makkelijk om iemand te beoordelen of zelfs te veroordelen op basis van het zichtbare gedrag. Maar je hebt er meer aan als je rekening houdt met wat er in de rest van de ijsberg van de ander zit. Ook al weet je niet wat.
iceberg-1321692_640
Ik herinnerde mezelf hier weer aan toen ik voor de tweede keer in korte tijd boos werd op een buschauffeur. De eerste keer zat ik in de bus. Ik zat eigenlijk nog niet eens. Hoogzwanger stapte ik met peuter en kinderwagen in de bus. Deze drie -zichtbare- factoren belemmerden mij een beetje. Ik deed mijn best zo snel mogelijk mijn kind, de kinderwagen en mezelf op de juiste plek te krijgen. Best moeilijk met dikke buik en een peuter die dacht dat ik haar alleen liet. Voor ik de kans kreeg zelf te gaan zitten beet de buschauffeur me toe: “Denk je er wel even aan om in te checken.” Alle negatieve factoren uit mijn eigen ijsberg kwamen omhoog en ik werd acuut woest. Ik hield het in en gaf alleen snibbig antwoord: “Mag ik eerst even de kinderwagen neerzetten?” Toen ik eindelijk zat pakte ik mijn chipkaart uit mijn zak en hield die demonstratief omhoog. Vervolgens checkte ik in.
De bus reed al. Waarom zou je een hoogzwangere vrouw de kans geven eerst te gaan zitten?
De meeste buschauffeurs zijn erg vriendelijk en begripvol. Deze misschien ook, maar nu even niet. Wat zou er gaande zijn in zijn ijsberg?

Toen een paar maanden later de eerste hittegolf van het jaar in volle gang was, bleek mijn ijsberg nog niet te zijn gesmolten. Ik was ik bevallen en zat ik met mijn twee maanden oude baby in de auto. Ik reed door een wegversmalling, waar de bus die me tegemoet kwam me klem reed. Eerst wilde ik nog gebaren dat hij er wel langs kon, maar ik kon zelf niet verder. De buschauffeur wilde mij iets duidelijk maken. Hij zei door het open raam dat er een bord stond waar ik net langsgereden was. Ik had dat bord gezien, een 30-kilometerbord. Daar hield ik me aan, dus ik snapte niet wat hij wilde. Hij zei: “Daar staat op dat de bus voorrang heeft.”

iceberg-1421411_640

Ik raakte geïrriteerd. Het was bloedheet. Ik zat met mijn baby in een veel te hete auto en wilde naar huis. Ik had niets verkeerd gedaan en ik voelde me aangevallen. Bang reed ik verder over de stoep. Daar kwam ik op adem voor ik ging controleren of het klopte.
De buschauffeur had gelijk. Achter de bomen verscholen, totaal onzichtbaar voor mij, stond dat bord. Als het niet zo heet was geweest had ik me misschien wel herinnerd dat daar zo’n bord staat. Maar nu even niet. Ik vond de reactie van de buschauffeur vrij heftig en bedreigend. Dat laatste merkte ik pas later toen ik daar weer langs reed. Iedere keer werd ik zenuwachtig voor een eventueel naderende bus. Dat heeft allemaal te maken met wat er in mijn onzichtbare deel van de ijsberg zat. Net bevallen, mijn kind willen beschermen, last van de hitte, moe van de gebroken nachten en weer die hitte. Het was zo heet dat ik wel op een ijsberg had willen zitten.
Had de buschauffeur dit kunnen weten? Nee. Had hij er rekening mee kunnen houden? Ja, gewoon door niet meteen de conclusie te trekken dat ik hem expres tegen wilde werken. Het vraagt wat inlevingsvermogen, maar uiteindelijk wordt je leven een stuk makkelijker als je in je achterhoofd houdt dat er van alles in de ijsberg van een ander zit wat jij niet kunt zien.

Mijn eerste conclusie was dat deze man een naar persoon is die een ander graag de les wil lezen. Maar toen na een paar weken mijn boosheid en de temperatuur wat gezakt waren, kon ik me indenken dat er bij hem vast ook een hoop in zijn ijsberg verstopt zit. Wie weet wordt hij daar meerdere keren per dag niet voorgelaten of had hij net een lading passagiers bij zich die allerlei frustraties uit hun ijsberg op hem af reageerden.
Ik zal nu trouwens nooit meer vergeten dat de bus daar voorrang heeft. Dat zit voor altijd in mijn ijsberg verankerd. Eigenlijk wil ik beide buschauffeurs bedanken dat ze me weer even aan deze ijsbergtheorie hebben herinnerd. Hierdoor zal ik minder snel oordelen of reageren op negatief gedrag van anderen. Iedereen heeft iets in zijn ijsberg. Alleen kan hoe jij erop reageert een wereld van verschil maken.