Advent

Advent

Ieder jaar koop ik een adventskalender met chocola erin. Ik weet dat advent de periode voor kerst is, maar hoe het precies zit moest ik opzoeken. Op school staken we in de vier weken voor kerst iedere maandag een kaars aan. Iedere week kwam er eentje bij. Dus als er vier aangestoken werden werd het die week kerst. Meer wist ik niet.
Gelukkig wist het internet het wel. Dat vertelde mij dat het Latijnse woord adventus ‘komst’ betekent. Advent is de aanloopperiode naar kerst, dus de geboorte van Jezus, en de te verwachten wederkomst van Jezus. Kerstmis is het feest van het licht, want Jezus was de brenger van licht in de duisternis. Omdat we iedere week dichter bij dit feest komen komt er meer licht. Daarom ook een kaars meer.

Advent begint altijd op een zondag tussen 27 november en 3 december en eindigt op kerstavond. Het duurt daarom niet ieder jaar even lang. In de bijbel is geen directe aanleiding te vinden voor advent. Vermoedelijk werd in de vierde eeuw na Christus voor het eerst advent gevierd.
Nu wordt het nog steeds gevierd. Met het aansteken van de kaarsen en in kerken wordt het ‘groeilied’ gezongen, waar iedere zondag een couplet aan toegevoegd wordt.
Er zijn adventkalenders waarbij je iedere dag een vakje mag openen, maar ik kwam er ook achter dat er adventshuisjes bestaan waarbij iedere zondag een deurtje open gaat en op kerstavond het kerstkind tevoorschijn komt. Dat laat veel meer de religieuze achtergrond zien.

Voor mij waren de advents-ster en adventskrans helemaal nieuw. Ik dacht altijd dat die advents-ster een kerstster was, maar deze zilverkleurige ster symboliseert het licht in de duisternis. Misschien mag deze ster een dubbelrol vervullen en met kerst de ster zijn die de wijzen naar de stal leidde waar Jezus geboren was.
Ook van een adventskrans had ik nog nooit gehoord. Mensen werden vroeger gekroond of onderscheiden met kransen. De dennenkrans om de adventskaarsen symboliseert het koningschap van Jezus.

De adventstraditie wil ik mijn kinderen ook meegeven. Daarvoor heb ik om te beginnen adventskalenders met laatjes. Die kun je ieder jaar opnieuw vullen. Volgens mij weet Nora nog niet echt wie Jezus is en God is al helemaal ingewikkeld. Ik had het op haar leeftijd over de Beregod. Zo noemden ze Hem op school, dacht ik. Dat bleek Here God te zijn, maar als vierjarige kon ik me daar totaal geen beeld van vormen. Hij was een niet zichtbaar iets of iemand en zijn zoon was een echt mens. Te ingewikkeld. Met Pasen (link) snapte Nora ook niets van de wederopstanding van Jezus.

Dus het zal hier voorlopig nog vooral om de interessante inhoud van de adventskalender gaan. Maar nu weet ik wel wat advent is. Dat is weer mooi meegenomen. Je bent nooit te oud om te leren. Ook niet om een adventskalender te hebben. Die staat al op me te wachten en bij ieder chocolaatje weet ik nu welke betekenis er achter zit.

Foto: Matthias Boeckel

Sinterklaas bestaat nog steeds

Sinterklaas bestaat nog steeds

Sinterklaas bestaat niet. Best logisch eigenlijk. Het is toch raar dat zo’n man uit Spanje ieder jaar naar Nederland komt om cadeaus aan kinderen uit te delen. Als kind vond ik dat totaal niet gek. Ik twijfelde er geen moment aan, geloofde heilig en heb altijd geweldig van dit feest genoten.
Nu heb ik zelf kinderen om Sinterklaas mee te vieren. Dat zet alles in een heel ander daglicht. Hoe ga je om met deze leugen? Ik besloot vanaf het begin te vertellen hoe het zat. Er is geen man in Spanje die bepaalt of mijn kind lief genoeg is geweest. Mijn kind moet leren dat je niet lief bent om een cadeautje te krijgen. We vieren gewoon Sinterklaas met schoen zetten en pakjesavond, maar zonder te dreigen dat je niets krijgt als je stout bent.
Misschien wel nog belangrijker vond ik de onrust bij kinderen. Het wordt zo spannend gemaakt en overal kun je een cadeautje krijgen of je schoen zetten. Dat is vaak te overweldigend voor kinderen. Soms worden ze er zo gestrest van dat het voor niemand meer leuk is.

Vorig jaar kwam ik erachter dat het niet werkte om de waarheid te vertellen. Nora gelooft wat ze wil geloven. Toen we samen de doos met Sinterklaas-spullen uitpakten, zat er nog een rol inpakpapier in en de jutezak waar we op pakjesavond alle cadeaus in doen. Die legde ik rustig aan de kant en Nora had het niet eens door. Ze dook vol op de Pietenmutsen, Sinterklaasboeken en poppenkastpoppen. Als ze een twijfelaar geweest was zou ze vast vragen hebben gesteld.

Dit jaar merk ik dat geneigd ben mee te gaan in Nora’s fantasie. Om eerlijk te blijven zeg ik alleen dingen die kloppen, bijvoorbeeld ‘je krijgt een cadeautje in je schoen’, en niet ‘Sinterklaas doet een cadeautje in je schoen’. Zij denkt van wel, ik dacht vroeger dat het de Pieten waren. Dat hadden mijn ouders gezegd. Sinterklaas kon namelijk nooit alle huizen in zijn eentje af in een nacht.
De honderden vragen die ze nu stelt over Sinterklaas, zoals ‘Heeft hij een bril? Heeft hij kinderen? Zijn de Pieten zijn kinderen? Gaat hij ook zwemmen?’ beantwoord ik vaak met een wedervraag. ‘Wat denk jij?’ Maar daar werd ze boos om. ‘Ik weet het niet,’ jengelde ze. Oftewel, ik moest het haar vertellen. Dat deed ik niet, want dan moet ik liegen. Dus maakte ik me er met een vaag antwoord van af. Iets als ‘dat dacht ik vroeger wel’.
Ik kan er wel om lachen en ga er in mee zonder echte leugens te gebruiken. Want na deze Sinterklaas komen er waarschijnlijk nog maar drie waarin ze in dit sprookje gelooft. Aangezien ze dit helemaal zelf doet laat ik haar daarvan genieten. En ik geniet mee, want ik geloof eigenlijk ook nog een beetje in Sinterklaas. Ook al koop ik zelf de cadeautjes. Sommige dingen zijn gewoon te mooi om niet waar te zijn.

foto: Ylanite Koppens

Vieze beest

Vieze beest

Daar zit weer zo’n vies beest. Sinds een paar jaar kom ik ze hier in huis overal tegen. Vooral op de trap, maar steeds vaker ook in de slaapkamers, badkamer en nu ook in de woonkamer en keuken. Nora leefde met me mee en zei op zijn dreumes’ vieze beest. Dus noemen onze ongewenste huisgenoten niet zilvervisjes, maar vieze beesten. Ook als het er maar eentje is houden we de verkeerde kinderuitspraak aan en zeggen we vieze beest.
Ze zitten daar maar vies te zijn en het schijnt dat ze bacteriën meebrengen. Als je ze wil vernietigen vluchten ze weg. Vaak weten ze me slim te ontwijken en heeft hun reactie iets panisch. Net of ze heel intelligent en gevoelig zijn. Dus durfde ik ze niet dood te maken.
Maar het werden er steeds meer en mijn irritatie groeide. Toen ging ik ze platdrukken. Daar gaan ze ook dood van, maar het klinkt niet zo erg.

Zilvervisjes lijken geen natuurlijke vijand te hebben. Dus ging ik op jacht naar zilvervisjesvallen. Dat zijn simpele papieren huisjes met plakstrips erin. Als ze daar door lopen blijven ze vastzitten. De vallen werken best goed. Wanneer er eentje uitgewerkt raakt zie ik weer meer vieze beesten verschijnen. Helaas pakken de vallen de zilvervisjes niet bij de bron aan.
Zo’n beetje de hele straat heeft er last van. Wat kunnen we doen? Er is een heel  chemische behandeling die je met het hele blok moet doen om zinvol te zijn, maar dat vind ik niets. Ik wil graag een milieu- en vooral kindvriendelijke oplossing om hun nesten tegen te gaan.

Vorig jaar in de winter kon ik nergens vallen vinden. Daarom heb ik nu alvast ingeslagen. Ook heb ik ontdekt dat het dakje van het huisje ook plakstrips heeft. Als de bodem niet meer goed werkt knip ik de val open en leg ik de dakjes op de grond. Zo kan de val extra lang gebruikt worden.
Ondertussen blijf ik zoeken naar blijvende oplossingen. Misschien probeer ik de spray die hier nog ligt die kruipende insecten weg moet krijgen, als we op vakantie gaan. Alleen duurt dat nog even en vorig jaar ben ik het vergeten. Met twee jonge kinderen in huis durf ik echt niet met gif te sprayen.
Er staan ook alternatieve oplossingen online. Iets met een doorgesneden aardappel waar de vieze beesten op afkomen. Etherische oliën zou ze ook verjagen, maar dat werkte hier niet. Dus voorlopig blijf ik ze platdrukken. Eigenlijk ben ik blij dat het maar zilvervisjes zijn. Ik nog wel erger ongedierte bedenken.

Foto: Hans Braxmeier

De suikerzoete valkuil

De suikerzoete valkuil

Wie mij in de afgelopen zes jaar heeft leren kennen zal me waarschijnlijk niet geloven. Ik ben namelijk een echte anti-suikeractivist. Niet omdat het zo slecht is voor je tanden of de lijn, maar voor je gezondheid. De laatste jaren pas ik mijn theorieën over suiker alleen niet meer zo goed toe. Al sta ik er nog helemaal achter.
Ik merkte altijd dat als ik suiker at ik me minder fit voelde. Vaak dacht ik geraffineerde suiker echt nodig te hebben omdat mijn lichaam er zo vreselijk hard om vroeg. Ik wist nog niet dat je lichaam juist meer suiker vraagt door suiker te eten.
Ik probeerde geregeld minder te snoepen en keek vol bewondering naar de mensen die maar één koekje of chocolaatje konden nemen, in plaats van het hele pak leeg te eten. Maar het duurde nog een tijd voor ik zelf iets veranderde.

Bewust van voeding
Op mijn yogaopleiding leerde ik over voeding en al gauw gooide ik radicaal alle E-nummers uit mijn dieet.
Weg afvalstoffen. Zo viel ik in korte tijd drie kilo af. Toen wilde ik ook suikervrij gaan eten. Ik begon met 40 dagen suikervrij.
Met suiker bedoel ik dat witte spul dat je in je thee kunt doen en niet van nature in fruit voorkomende suikers. Mensen reageerden in mijn suikervrije periode weleens fel en vroegen me wat ik dan wel at. Alsof zij alleen maar koekjes en snoep eten. Of ze wilden weten hoeveel ik afgevallen was, maar daar deed ik het niet voor.
Mijn nieuwe dieet betekende natuurlijk geen snoep, koek of chocola, maar ook suikervrij brood, geen alcohol, geen kant-en-klaar soepen of sauzen.

Uit balans
Suiker gooit je bloedsuikerspiegel in rap tempo omhoog, maar daarna daalt die ook weer razendsnel. Dan wil je weer suiker wil of lijkt het of je honger hebt. Die schommelende bloedsuikerspiegel brengt je lichaam uit balans en maakt je moe. Om de suikers af te breken heeft het lichaam veel vitamines en mineralen nodig. Dus in plaats van jou te voeden worden ze gebruikt om suiker te verwerken. Suiker pakt zo je voedingsstoffen af.
Na mijn 40 dagen zonder suiker had ik niet eens meer zin in suiker. Omdat het weer mocht nam ik toch chocola, maar ik at meteen een hele reep op toen ik even niet oplette. Ik besloot alleen nog met speciale gelegenheden suiker te eten of alcohol te drinken. Goed besluit, want vervolgens werd ik een jaar lang niet ziek. Terwijl ik daarvoor chronisch verkouden was en vaak griep had.

Bleekselderij en taart
Kinderen worden vaak volgepropt met suiker omdat volwassenen ervan uitgaan dat ze het anders niet lusten. Waarom limonade aanbieden als ze ook thee of water kunnen drinken? Suiker zorgt alleen maar voor meer dorst. Ik was er bij Nora superstreng mee en hield suiker zoveel mogelijk bij haar weg. Op haar tweede verjaardag mocht ze voor het eerst een stukje taart van mij. Ze nam een hapje en stortte zich vervolgens op de bleekselderij die ook op tafel stond. Wat was ik toen blij. Al zou ze tegenwoordig wel het hele stuk opeten.

Weer een beetje verslaafd
Sinds Nora’s zwangerschap is mijn suikervrije levenswijze een beetje verdwenen. Ik had toen constant honger en veel zin in zoet. Na haar geboorte bleef dat. Ik denk door de borstvoeding. Toen ik daarmee stopte werd ik weer zwanger. Dus ik practise tegenwoordig niet helemaal wat ik preach. Maar ik denk nog steeds dat toegevoegde suiker en E-nummers niet goed voor je zijn. Om mijn kinderen een goede basis te geven houd ik dit zo veel mogelijk bij ze weg. Nu nog bij mezelf.

De zak

De zak

Afval houdt me laatste tijd flink bezig. Nu maakte ik weer iets geks mee met recyclen. Plastic wordt al een tijd apart ingezameld. Nu mogen ook blik en drankverpakkingen in dezelfde zak. Dat heette PMD; plastic, metaal en drankverpakkingen. Om het makkelijker te maken is die naam veranderd in PBD; plastic verpakkingen, blik en drinkpakken. Waarschijnlijk zijn drinkpakken hetzelfde als drankverpakkingen, maar een kniesoor die daar op let. En ik natuurlijk, de kritische taalgebruiker die niet van afkortingen houdt. Dus zeg ik gewoon plastic.

Wat ik zo grappig vind is dat er van het ingezamelde plastic zakken worden gemaakt om nog meer plastic in te zamelen. Dat klinkt een beetje als bezigheidstherapie, maar we moeten toch ergens heen met ons afval. Deze zakken kun je trouwens gratis ophalen bij de supermarkt.
Dat vergeet ik vaak. Daardoor had ik laatst echt niets meer en moest ik dringend zakken hebben. Voor mijn werk ook. Twee rollen dus. Maar bij de bewuste supermarkt waar ik was mocht dat niet. Eén rol per persoon. Mijn werk is geen persoon en niet in de winkel aanwezig. Dus kreeg ik maar een rol. Regels zijn regels. Want wat als je misbruikt maakt en extra veel gaat recyclen? Dat moeten we niet hebben.

Maar ik had echt twee rollen nodig. In een aanval van slimheid (gebeurt niet vaak) besloot ik een andere klant aan te spreken. Ik vroeg of zij een rol zakken voor me wilde vragen. Dat wilde ze wel. In 10 seconden was het gebeurd. Ik geholpen, milieu gered, caissière geïrriteerd. Sorry, maar mijn recycledrang is niet te stoppen. Anders krijg ik te veel restafval en die container zit hier in de straat vaak vol. Daar kreeg ik laatst al gedoe mee.

Wat mag er nou eigenlijk in die PBD-zak? Dat blijkt nog best ingewikkeld te zijn. Een handig hulpmiddel voor wat WEL bij de plastic verpakkingen, blik en drinkpakken hoort:

  • Is het een verpakking?
  • Is het leeg?
  • Komt het uit de keuken of badkamer?

Dan is het antwoord JA.
Al is deze richtlijn niet 100% betrouwbaar. Een chipszak komt uit de keuken en is een verpakking en bij mij al snel leeg. Maar door zijn glimmende binnenkant mag hij niet in de PBD-zak.
Tijd om minder afval te produceren. Ik ben er alleen nog niet uit hoe. Tot die tijd recycle ik zo goed mogelijk met of zonder gratis zakken.

De zak 2

Broer en Zusdag

Broer en Zusdag

Bijna iedere dag is wel een ‘dag van…iets’. Sommige slaan nergens op, dag van de schoenveter ofzo. Andere zijn te leuk om niets mee te doen. Bijvoorbeeld Internationale Yogadag. Dan geef ik altijd een gratis yogales in het park. Of de dag van de leidster en gastouder is een mooie om de kinderopvang van je kind je waardering te laten blijken.
Nog zo’n speciale dag is door DJ Giel Beelen in het leven geroepen voor zijn overleden zus. Dit is Broer en Zusdag. Een mooi moment om even stil te staan bij hoe bijzonder het is om een broer of zus te hebben. Of om een overleden broer of zus te gedenken. Deze dag is ieder jaar op 30 september. De datum moest ik even opzoeken. Daarbij stuitte ik op wat Facebook-reacties. Voornamelijk mensen die het een mooi idee vonden om een speciale dag voor broers en zussen te hebben.


Er was een reactie bij die daar iets van afweek. Het was een boze reactie van iemand die waarschijnlijk enig kind is. Hij vond het belachelijk dat er zo’n dag is, want ‘wat als je geen broers of zussen hebt’? Dat zal ongetwijfeld een groot gemis zijn. Maar zo zijn er nog veel meer dingen waar je je aan kunt ergeren omdat een ander ze wel heeft en jij niet. Dan moeten we sowieso moederdag en vaderdag afschaffen en waarschijnlijk nog veel meer. Misschien is het voor degenen zonder broers of zussen juist een dag om daar bij stil te staan.


Nora is in ieder geval wel blij met deze dag. Moederdag en vaderdag vond ze dit jaar best leuk. Vooral nu ze op school zit en met de hele klas aan een cadeautje werkt, snapt ze het goed. Maar ze is eigenlijk meer geïnteresseerd in een dag voor haar en haar zusje. Ze vroeg steeds als ze het zelfgemaakte cadeautje had afgegeven of er ook een zusjesdag is. Zou het haar om een cadeautje gaan of echt alleen om haar zusje? We zullen zien. Dit jaar vieren wij in ieder geval dat we een zus hebben.

Broer en Zusdag

Potjespauze

Potjespauze

Wie het gevolgd heeft weet dat ik vanaf kort na de geboorte babyzindelijkheidscommunicatie (BZC) met Katie doe. Ze heeft vaak op het potje geplast en gepoept en hield daarna langer haar luier droog. Om je baby op tijd op het potje te zetten moet je de signalen die hij geeft kunnen lezen. Die signalen probeer ik bij Katie al vanaf het begin te ontdekken, maar het lukt me niet. Echt helemaal niet. Het enige signaal dat ik ontdekt heb is een rood hoofd. Maar dan is de handeling al begonnen, dus dat telt niet als signaal.
Vaak hield ik haar boven de wc als ik zelf ook ging of zette ik haar op het potje bij het verschonen. Dan kwam er meestal wel wat. Ik maakte het tsss-geluid en benoemde dat ze plaste. Later maakte ik ook het gebaar voor plassen erbij, waarmee ze zelf aan kan geven dat ze moet plassen. Maar dat doet ze dus niet.

Vakantiestop
In juli gingen we voor drie weken naar Griekenland. In het vliegtuig verschoonde ik haar en een paar uur later was haar luier nog droog. Toen hield ik haar boven de wc en plaste ze. En daarna niet meer. De indrukken van de nieuwe omgeving waren denk ik te veel. Ook kreeg ze tandjes, had ze last van de warmte en probeerde ze te leren lopen. Te veel aan haar hoofd om ook nog zindelijk te doen.
Ik bleef het proberen, maar ze bleef niet zitten en wrong zich los. Thuis zou het wel weer goed gaan, dacht ik. Niet dus. Geen interesse in potje, wc of zelfs wastafel. Ik heb toevallig nog een paar plasjes opgevangen, maar verder is de communicatie of zindelijkheid sindsdien ver te zoeken.

Nieuwe poging
Nu twee maanden later blijf ik het potje aanbieden. Geen interesse van mijn 15 maanden oude dreumes. Ik snap er helemaal niets van, want ik geloof nog steeds wat ik eerder over BZC schreef. Dus dat baby’s zindelijk geboren worden en dat kunnen blijven als wij goed op hun signalen inspelen. Ik het boek ‘Je baby op het potje’ wordt dit duidelijk uitgelegd. Tijd om het opnieuw te lezen. Zindelijk is Katie nog niet, maar communiceren blijven we proberen.