Jenny

Jenny

Precies zes maanden geleden overleed mijn zusje. Het lijkt veel korter. Vaak lijkt het zelfs of het niet waar is. Gek, want het bewijs is er iedere dag. Haar spullen zijn verdeeld, weggegeven, verkocht en zelfs weggegooid. Mijn huis en ook tuin staan vol met haar spullen en veel van haar kleding draag ik nu. Mijn meiden vragen vaak: “Is dit van tante Jenny?” Niet in de verleden tijd. Dat vind ik mooi. Het is ook nog steeds van haar, ook al is ze dood. Zo voelt het of ze er nog een beetje is. Ze is er ook nog echt. Dat voel ik. Maar wat heb je daaraan als je gewoon samen koffie wil drinken, je ergernissen wil delen, wil lachen, kinderen wil plagen (haar specialiteit) en vooral lekker eten. Niks. Het voelt kaal en klopt niet.

Het beeld van hoe ziek ze was is ook verdwenen. Toen ze steeds meer beperkingen kreeg als gevolg van de groeiende tumor, was het volkomen logisch dat ze zo niet meer kon leven. Leven werd overleven, leven werd lijden. Het was naar, heel naar en we gunden haar het einde.

Maar nu dit lijden weg is vraag ik me soms af waarom zij ook weg is. Kan ze niet gewoon terugkomen? Zoals ze was, zoals ze hoorde te zijn. Het verdwijnen van haar lijden veroorzaakte een nieuw lijden. Bij mijn moeder, bij mij, bij haar vriendinnen, bij mijn gezin. Soms denk ik: “Hebben we haar echt zomaar dood laten gaan?” Maar het was niet zomaar.

Ik herinner me hoe ze steeds wat meer achteruit ging. Hoe ze daar een oplossing voor vond. Er kwam een rollator, later een rolstoel, tekstberichten werden spraakberichten.
Ik herinner me ook hoe we niet eens lang daarvoor bij elkaar zaten. Zij kookte, liep zonder ondersteuning, zag nog goed, kon werken en leuke dingen doen. In juni vorig jaar (2020) hoorde ze dat dat ging veranderen. De tumor waarvoor ze behandeld werd groeide ondanks de chemo. Het einde was in zicht. Al leek dat nog ver weg. Zolang ze nog zoveel kon mochten dat nog even voor ons uitschuiven.
Ik herinner me hoe we zo vaak mogelijk uit eten gingen. Want de restaurants waren weer open én nu kon het nog. We genoten ervan, maar beseften ook elke keer dat het een van de laatste keren was.

We gingen erin mee. Alsof het heel normaal is dat je leven eindigt als je 40 bent. Alsof het normaal is dat er geen kans op verbetering is. Je grens van wat je acceptabel vindt verschuift. Eerst zei ze dat het voor haar niet meer hoefde als ze geen auto meer kon rijden. Maar dat was al een paar jaar geleden. Later zou ze er klaar mee zijn als ze een rolstoel nodig had. Maar ook daar lag haar eindpunt niet. Wat kan een mens sterk zijn en flexibel.

Toch zit daar een grens aan. Als ik dit proces nog eens door mijn hoofd laat gaan besef ik het extra goed. Het is beter zo. Niet wat we hoopten of wilden, maar simpelweg onvermijdelijk. Net als de pijn en het gemis die ze achterliet. Zo zijn ook alle mooie herinneringen onvermijdelijk. Gelukkig maar, want dat is het enige dat we nog hebben.

Jenny, we missen je en hopen dat je het goed hebt daar waar je ook bent.

Maar nu even niet

Maar nu even niet

“Renske blogt over alles wat haar bezig houdt.”
Maar nu even niet. Al heel lang niet. Niet omdat niets mij bezig houdt. Integendeel. Het is alleen te veel.

Al meer dan een jaar waren de werktijden van mij en mijn man in combinatie met ons gezin uit balans. De drukte van de kinderen op mijn werk op de BSO kon ik steeds minder verdragen. Hoe lief en leuk ze ook zijn. Toen kwam de eerste lockdown, waarin ik grotendeels alleen met mijn kinderen thuis zat en me behoorlijk opgesloten voelde.

Daarna de druppel: de slechte diagnose van mijn zusje. Die kwam eigenlijk al jaren eerder. Een kwaadaardige hersentumor die toen nog verwijderd kon worden. Daarna bestraling en chemo en toen een aantal redelijk goede jaren. Eind 2019 werden de symptomen erger en bleek dat de cellen op de plek van de tumor aan het groeien waren.

Begin 2020 kreeg ze weer chemo. Maar de klachten werden erger en op de scan was te zien dat de tumor groeide. In juni hoorde ze dat ze niet meer beter werd. Zij bleef nog een tijd lang dapper overeind.

Ik stortte in juli in. Veel lichamelijke klachten, slecht slapen, opgejaagd gevoel, woedeaanvallen, vergeetachtig, oververmoeid, gevoelig voor geluid, snel schrikken. Er is nooit een diagnose gesteld, maar ik voelde me behoorlijk opgebrand. Ik melde me ziek en ben nu pas weer aan het opbouwen.

Jenny maakt dit niet meer mee. Op 6 maart dit jaar overleed ze. Mijn wereld zal nooit meer hetzelfde zijn en vaak geloof ik het nog niet helemaal. Maar het gemis is de hele tijd voelbaar. Dat zal ook altijd zo blijven. Net als de herinneringen. Die houden me bezig. Daar kan ik over schrijven. Maar nu even niet.

foto: Foundry op Pixabay

Complot

Het valt niet langer te ontkennen. Complotten zetten de wereld behoorlijk op zijn kop. Volgens mij beginnen ze toevallig op een feestje, vrijdagmiddagborrel of tijdens een praatje in de supermarkt. Niet eens met kwade bedoelingen. Maar ze kunnen grote gevolgen hebben.

Hoe maak je een complot?
Je komt zomaar op het idee dat je anderen iets wil laten doen zonder ze dat te vertellen. Je moet ze dus iets wijs te maken. Dus bekokstoof je samen met je complotgenoten hoe je anderen jouw ideeën onbewust uit kunt laten voeren. Zonder dat je iemand iets merkt laat je een uitgebreid en onzichtbaar netwerk ontstaan. Je laat de mensen geloven dat het om het ene gaat, terwijl het om iets anders gaat.

Een voorbeeld
De plexiglasschermen bij de kassa in winkels reduceren het geluid van de spraak. Daardoor hoor je de kassamedewerker niet goed en begin je aan je gehoor te twijfelen. Ik steek elke keer mijn kop om de hoek en roep dan geheel volgens mijn eigen opvoedkundige adviezen in: “Hèh?! Wat?” Dat was stap 1.

Het complot zit zo slim in elkaar dat stap 2 allang klaar lag. Te weten: dringend advies tot mondkapjes dragen. Dus nu versta ik nog steeds die medewerkers weer niet en zij hebben niet de kracht om harder te praten omdat zo’n mondkapje verstikkend en benauwd is (heb ik zelf ervaren). Vervolgens ga ik naar de gehoorspecialisten om me een gehoorapparaat aan te laten smeren.
Complot geslaagd!

Wat moeten we met deze belangrijke informatie?
Heel simpel: erover nadenken. Bedenk of het waarheid is of onzin en vooral ook waarom. Laat zeker een ander niet voor jou bepalen wat goed voor jou is of -nog erger- wat goed voor een ander is en dat jij je daaraan moet aanpassen. Dus blijf rustig en denk zelf na.
Oh ja, en test zelf je oren voor je naar een gehoorspecialist gaat. Het gekrijs van mijn kinderen hoor ik bijvoorbeeld heel erg goed. Dus het probleem zit niet in mijn oren, maar in de plexiglasschermen en mondkapjes. Nu moet ik nog een complot bedenken waarmee ik anderen harder en duidelijk laat praten.

Gevaarlijk woord

Gevaarlijk woord

20200422_152746

Katie is bijna twee en is flink bezig met haar spraakontwikkeling. Een paar maanden geleden kwam ze met het woordje ‘ook’. Als ik iets heb, meestal iets eetbaars, wil zij het ook en zegt ze simpelweg ‘ook’. Mooi gekozen. Die kleine beseft dat er een verschil is tussen de andere persoon en zichzelf en wil het niet afpakken, maar wil het ook. Een soort samen delen, samen eten… Tenminste, dat maak ik ervan. Alsof een kind van die leeftijd al zo denkt.
Waarschijnlijk bedoelt ze gewoon dat ze iets wil en het niet uitmaakt of ze die van jou krijgt of een andere. Als ze het maar krijgt. Dit laatste lijkt me logischer.

20200422_152746

Taalkundig is dit een essentieel verschil. ‘Ook’ betekent dat het zowel voor de ander geldt als voor jou. Veel volwassenen hebben dat niet door. Dit kleine woord kan de betekenis van je zin volledig veranderen.
Wat is het verschil tussen deze voorbeelden?

Dan word ik boos. – Dan word ik ook boos.

Ik kan dat niet. – Ik kan dat ook niet.

Ik vind dat stom. – Ik vind dat ook stom.

De eerste zin zeg iets over jou. De tweede over jou en de ander. Het zegt iets wat misschien niet waar is.

Ook is dus een gevaarlijk woord. Het betrekt me ergens bij tegen mijn zin. Pas hiermee op. Eigenlijk bedoel je hier wat Katie ‘mij’ noemt. Dat is dreumes-taal voor ‘het is van mij’ of ‘ik wil het hebben’. Als ze die fase voorbij is, en dan nog wat meer fases, zal ik het haar uitleggen. Tot die tijd val ik jullie hiermee lastig. Ook dat nog.

 

 

 

 

20200422_152724

Vogelnest

Vogelnest

Opeens ligt de wereld stil. Alles is anders en het voelt onwerkelijk. Ik moest behoorlijk wennen aan deze situatie. Het ene moment word ik gillend gek, maar het volgende zie ik een heleboel voordelen. Het milieu is in ieder geval wel blij met deze lock-down. De lucht is stukken schoner, de aarde trilt minder en moeder aarde krijgt even rust.
Terwijl het leven van de mensen flink op zijn kop gezet wordt, gaat de natuur door zoals altijd. Het is lente en de vogels gedragen zich daar ook naar. Ze kwetteren en bouwen hun nesten. Ook in de boom achter ons huis. 1
Niet verder vertellen, maar het is mijn boom. Ook al staat hij op gemeentegrond en hoef ik er niet voor te zorgen. Anderen mogen er ook naar kijken en van genieten. Maar die boom is hier ooit, jaren voor dit huis gebouwd werd, speciaal voor mij geplant. Mijn boom maakt me rustig en laat me beseffen dat alles altijd verandert en dat dat niet erg is. Ieder seizoen is hij even mooi, met of zonder blad. Zelf toen hij vorig jaar vol zat met de eikenprocessierups was hij prachtig.
De boom gaat door met wat een boom hoort te doen. Of misschien juist niet hoeft te doen. De boom is gewoon. Of er nou een virus rondwaart of niet.
Helemaal in de top van de boom zit sinds kort een nest. Een groot, ruig en rommelig nest dat stevig genoeg lijkt om een vogelgezin te stichten en er zelfs gezellig uitziet. Af en toe zie ik een ekster komen of gaan. De ekster houdt geen anderhalve meter afstand van andere vogels, maakt zich geen geen zorgen over ziek worden en slaat geen extra wormen of takjes in. Hij doet gewoon wat hij anders ook had gedaan. De natuur gaat door, in haar eigen tempo, zonder doel of haast. En alles is goed.

                                                          Nature doesnt hurry,

                                                  Yet everything is accomplished

2

Poep

Poep

Onze kleine dreumes in inmiddels niet zo klein meer. Katie is over drie maanden al twee jaar en begint zich al als een echte peuter te gedragen. Krijsen als ze haar zin niet krijgt, zich op de grond gooien in het winkelcentrum en nee zeggen staat allemaal op het programma.
Ze begint ook meer te praten en weet zich goed duidelijk te maken. Nu alleen nog met onverstaanbare zinnen of losse woorden. Een van die woorden is poep. Het was niet helemaal duidelijk wat ze daar precies mee bedoelde. Dus vroeg ik of ze op het potje wilde. Ze zei ‘ja’. Dat woord staat gelukkig ook op haar repertoire. Al bedoelt ze dan niet altijd ja. Toch wil ze wel vaak op het potje zitten. Af en toe plast ze er ook op.

Vanaf onze vakantie afgelopen zomer wil ze niet meer op het potje. Ik deed toen al een jaar babyzindelijkheidscommunicatie (BZC) met haar. Ze heeft daarmee als baby heel vaak haar luier schoon gehouden. Niet omdat ik zo goed aanvoelde wanneer ze moest plassen, maar omdat ik haar kennelijk op de goede momenten boven het potje of de wc hield. Tot ze niet meer wilde. Dat was negen maanden geleden. Sindsdien heeft ze twee keer op het potje geplast en de laatste weken ook op de wc.
Het gekke is dat ze het niet fijn vindt. Als ze plast lijkt ze te schrikken en begint ze te jammeren. Twee weken geleden kwam ze zelfs al plassend en huilend van het potje af en plaste ze op de badmat verder. Ondertussen zat ik haar positief toe te juichen. “Ja, je plast. Goed zo! Tsss.” Dat tsss-geluid moet je vanaf het begin doen als je ze ziet plassen voor de herkenning. Daarna is ze dan wel weer blij. Alsof ze iets nieuws heeft geleerd.

Laatst liet ik haar zonder luier lopen omdat ze steeds poep zei. Ze zei ja toen ik vroeg of ze op het potje wilde, maar bleef kort zitten en probeerde haar broek op te trekken. Kennelijk voelt ze dat er iets uit moet, alleen weet ze niet precies wat ze ermee aan moet. Dan roept ze steeds poep en gaat naar het potje, doet niets en had ineens op de grond geplast. Dat vond ze niet fijn. Ze wil wel, maar mist een stukje van het proces. Of ze nou poep of plas bedoelt is ook niet helemaal duidelijk. Voor haar zelf waarschijnlijk ook niet. Poep betekent nu iets met het potje of de wc.

Ze heeft er in ieder geval veel interesse in. Ook in het handen wassen daarna. Net als haar grote zus komt ze daarna haar handen laten ruiken zodat je weet dat ze echt schoon zijn. Ik ben benieuwd hoe dit zich verder ontwikkelt. Ze is nu wel duidelijk aan het communiceren over haar zindelijkheid. Alleen een beetje onduidelijk.
Wel heel knap, vooral omdat ze zelf geen idee heeft wat er allemaal gebeurt. Ik vind het in ieder geval geweldig dat ze er mee bezig is. Of dat door de BZC komt weet ik niet. Misschien is er onbewust iets blijven hangen dat nu bij haar naar boven komt. Ik probeer zoveel mogelijk in te spelen op haar signalen en hoop dat zij het ook leuk vindt. Dat is namelijk het belangrijkste bij BZC.

foto: Alexas Fotos – Pixabay

Yoga bij griep

Yoga bij griep

De lente komt eraan en de zon schijnt weer vaker. Mensen bloeien op en voelen zich fitter. Maar na een winter met weinig daglicht en veel binnen zitten is je weerstand vaak laag. Ik hoor veel gesnotter en gehoest om me heen. Laatst was ik zelf ook even gevloerd. Mijn hele lichaam deed pijn en ik voelde me koortsig. Niks ernstigs, maar heel vervelend. Gelukkig kan yoga verlichting geven.

Bij griep en koorts moet je geen intensieve yogahoudingen doen. Misschien zelfs helemaal geen houdingen. Meditatie is wel heel goed om te doen. Dit kan gewoon in bed. Liggend of zittend en lekker onder je dekbed.

Liggend raakte ik zonder echt in slaap te vallen, verstrikt in allerlei koortsdromen. Slapen vind ik een geweldig medicijn, maar dat lukt niet met overal pijn. Dus deed ik het zittend. Eerst kort wat yogaoefeningen tegen de pijn. Alles zo lui mogelijk. Niet forceren, eigenlijk alleen een beetje rekken alsof je net wakker bent.

  • Voetzolen tegen elkaar en voorover hangen met je bovenlichaam.
  • Armen boven je hoofd strekken, handen vast en ver naar achter reiken.
  • Daarna opzij buigen
  • Met gestrekte benen naar je voeten reiken

Daarna ga je zitten en dat hoeft niet kaarsrecht. Je mag jezelf ondersteunen met kussens of tegen het hoofdeinde van je bed. Zorg wel dat je een beetje rechtop zit. Dan kan de energie in je lichaam beter stromen, kunnen afvalstoffen beter afgevoerd worden en is er meer ruimte voor je longen. Dat laatste is wel fijn als je verkouden bent en je neus en luchtwegen verstopt zitten.
Adem een keer diep in en uit (desnoods door je mond) en volg daarna je adem met je aandacht. Voel hoe je inademt en hoe je uitademt. Dit is het enige.

Misschien komen er wel allemaal frustraties naar boven over hoe je je voelt. Duw die niet weg, maar ga gewoon door met je adem volgen. Doe de oefening zo lang je wil. Hopelijk geeft het wat rust en komen je lichaam en geest weer in balans en ben jij snel weer fit. Als je moe wordt en wil slapen, mag dat. Goed uitrusten is belangrijk voor je herstel. Dit mag je natuurlijk ook allemaal doen als je niet ziek bent.

Bewerking van mijn blogpost op Yoga 4 Everybody

 

Deja yoga

Deja yoga

Vijf jaar geleden was ik uitgerekend van Nora. Ook op een maandag. Omdat ze nog even op zich liet wachten ging ik die dag naar zwangerschapsyoga. Ik heb die lessen echt gemist na de bevalling. Wat ik er zo fijn aan vond vertel ik op Yoga 4 Everybody in mijn blog.

Vanavond ga ik bij dezelfde yogadocent een yogales volgen. Na de geweldige zwangerschapsyogalessen kom ik nog graag af en toe bij haar terug. De lessen hebben me geholpen om me voor te bereiden op mijn bevalling, voor zover dat mogelijk is. Maar ze hebben me vooral tijdens de zwangerschap geholpen. Je blijft op een makkelijke manier in beweging, je krijgt de kans te ontspannen en je hebt aandacht voor je baby. Ik raad het iedere zwangere aan.

 

Oud geld

Oud geld

Nora wilde een horloge hebben. Niet om te leren klokkijken, maar gewoon omdat ze er nog geen had. Ze mocht er van mij voor sparen. Alleen moet ze dan wel geld hebben. Dus ging ik haar zakgeld geven. Eigenlijk is ze daar te jong voor omdat ze de waarde van de munten nog niet weet en geen idee heeft wat je met die munten kunt.
Omdat het gewoon leuk is om zakgeld te krijgen én te geven begon ik er toch mee. Ze krijgt 50 cent per week. Dat doet ze in haar eigen portemonnee. We tellen samen eerst hoeveel ze heeft. Zij telt het aantal munten en ik de waarde.
Toen mijn zusje hoorde dat ze ergens voor spaarde gaf ze Nora maar liefst twee euro. Dat was niet direct haar bedoeling. Ze gaf eerst 20 cent en toen Nora die twee euro munt zag wilde ze die ook wel. Dat mocht. Vooral omdat het zo grappig was hoe vastbesloten Nora die munt al aanpakte voor ze hem echt kreeg. Niet heel pedagogische verantwoord, maar dat mag soms best.

De volgende dag wilde ze die 2 euromunt niet meer. Het muntje van 20 cent was mooi glanzend en schoon. De 2 euromunt was vies en dof. Oud geld volgens Nora. Ik mocht het oude geld wel aan Katie geven. Die werd zo 2,20 rijker omdat ze ook een muntje van 20 had gekregen en Nora was 20 cent dichter bij het felbegeerde horloge. Het was dus heel duidelijk dat een vierjarige nog geen idee heeft van de waarde van geld.
De portemonnee raakte ondertussen aardig vol met munten van 50. Aangezien een munt van 2 euro minder plek inneemt dan vier munten van 50 cent werd het tijd om te wisselen. Als je de waarde van de munten niet weet is het lastig om er 4 af te staan en maar eentje terug te krijgen. Maar Nora vond het goed.
Met Sinterklaas kreeg ze een horloge, dus nu kan ze voor iets anders sparen. Toch wilde ze door sparen voor dat eerste horloge dat ze in de winkel had gezien. Dan kan die leuk bij die andere in de kast liggen die ook niet gedragen wordt. Maar zover is het nog niet. Er is weer geld uit de portemonnee verdwenen. Laatst mocht ze namelijk zelf iets kopen van haar eigen -nieuwe en glanzende- geld. Ze kocht een knuffel-sleutelhanger-knijpbeestgeval waar ze heel gek mee is. Er is nog geld over. Dat ligt nu lekker oud te worden, want het is nog steeds niet genoeg om dat tweede horloge mee te kopen.

foto: Moritz320 via Pixabay

Passie

Passie

Mijn dag begint bijna altijd met “mama, mama, mama, mama, mama….” Dit gaat net zolang door tot ik uit bed kom. Mijn kinderen zijn wakker en staan aan. Ik ben in gedachten nog bij mijn bed waar ik nog in had willen liggen en heb mijn aan-knop nog niet gevonden.
Dat enthousiasme waarmee kinderen wakker worden ben ik helemaal kwijt. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik het ooit heb gehad. Het lijkt me heerlijk. Niet denken aan hoe lang je nog had kunnen slapen, maar denken al alles wat je vandaag kunt doen.
Je kunt het passie noemen, maar ik heb een hekel aan dat woord. Passie klinkt overdreven. Alsof die passie het enige is wat je in je leven wil en de rest er niet toe doet. Ik kan beter uit de voeten met het woord enthousiasme. Dat klinkt net wat genuanceerder en overzichtelijker. Je wordt niet meegesleept, maar wel blij. Een dikke 8 in plaats van een 10. Ook prima. Maar blijf vooral passie zeggen als je daar enthousiast over bent.

Het klinkt ernstiger dan het is, maar ik ben waarschijnlijk ergens mijn enthousiasme om aan de dag te beginnen kwijt geraakt. Passie is al helemaal een ver van mijn bed show. Al heb ik wel een passie voor slapen. Of voor lekker in mijn bed zitten met een boek of Netflix. Of voor eten. Als ik ’s avonds uit eten ga, kan ik daar de hele dag naar uit kijken. Uiteraard pas nadat ik goed op gang ben gekomen. Wat dan weer een paar uur duurt.

Net als een kind wil ik de dag vol enthousiasme beginnen. Niet meer denken dat ik nog wil slapen, maar dat ik al op mag staan. In plaats van balen van de regen, blij zijn dat ik mijn paraplu kan gebruiken. Mijn kinderen kunnen me hierbij helpen. Ik hoef ze alleen maar na te doen. Maar nu nog even niet. Eerst wachten op de lente. Nu is het tijd voor een winterslaap. Dat is dan weer mijn passie.

Foto: Gloria Williams – Pixabay